|
20
September – 10 oktober,
De
reis naar Noorwegen
Zaterdag 20 september vertrokken wij in de loop van de
middag uit Groningen. An's vader is tot Delfzijl meegevaren en daar kwam
ook Inge aan boord om ons "uit te zwaaien".
Zondagmorgen varen we rond 07:00 Delfzijl uit. Zowel internet (Wetter On-line)
alsde BBC beloven matige wind uit goede richting. De windverwachting is Zw
5-6 voor de komende twee dagen, dat lijkt niet al te slecht. Tot voorbij
Borkum boksen we tegen de wind in maar dan zou het wat aangenamer moeten
worden.

Nou ja,
dat viel dus wat tegen en ondanks de super-anti-zeeziekte-druppels gaat
An's maaginhoud over de reling. Het voorzichtig opgebouwde bodempje water
en knäckebröd daarna óók, dus is er geen andere remedie dan plat op
bed liggen. Inmiddels wakkert de wind aan tot kracht 7 en duurt het tot
maandagochtend 06:00 tot An een kleine wacht kan overnemen. Door de harde
ZW wind maken we snel voortgang en we stuiven de Noordzee op.naar boven

De lange termijn verwachting geeft NW en daarom varen we ver
naar het westen om hoogte te winnen. Zo varen we richting Doggersbank en
zien we de booreilanden .
Op maandag draait de wind naar het noorden; ruim een
dag eerder en ook veel harder dan de weersverwachting heeft voorspeld.
Rond de middag moet de fok worden vervangen door de veel kleinere
kotterstagfok en wordt in het grootzeil het laatste 4e rif gezet. Met deze
zeiluitrusting kunnen we hoog aan de wind zeilen.De kotterstagfok wordt om
deze reden ook wel high aspect genoemd. Inmiddels waait het kracht 8 en in
buien hebben we windstoten van 50 knopen (26 meter per seconde) dat is
Beaufort kracht 10! Van eten komt helemaal niets meer en ook aan drinken
komen we haast niet meer toe. We liggen zwaar over stuurboord en dat
betekent dat we in de kajuit nog met moeite kunnen liggen, we rollen n.l.
van de bank af. We lijken wel een onderzeeer. Er komt veel, heel veel
water over. Onze kooi is door het vele water nat geworden.Waarschijnlijk
via de achterluiken die niet helemaal goed afsluiten. Deze winter staan ze
op het programma om te worden vervangen........ In de kombuis lijkt het
ook wat te regenen en we kunnen maar niet verzinnen waar dat vandaan moet
komen. Buiten is ook met veiligheidstuig niet meer te wezen dus zien we er
af om de nog kleinere stormfok te zetten, omdat het risico van overboord
slaan groter is dan omwaaien. Ook maken we zo nog ongeveer 5 knopen
voorgang in de goede richting. In het hart van de storm laten we de
schoten wat vieren en zo blijven we met ongeveer 3 mijl/uur net stuurbaar.
Weer de beproefde 60 graden aan de wind die de meeste veiligheid biedt.
naar boven
Dinsdag waait het strak kracht 9 uit het noordwesten, we
moeten er zwaar tegenin knokken. We zijn alle twee beduusd van deze
tegenslag. Dit soort weer zoek je niet op en ook al weet je dat het in het
najaar harder kan waaien, als wij dít geweten hadden, waren we zeker niet
gegaan. Maar nu we onderweg zijn hebben we geen keuze. We zitten inmiddels
midden op de Noordzee en los van weer terug naar huis is er geen andere
optie dan doorvaren. Wel stellen we ons plan om naar Bergen te varen bij.
De zuidkust van Noorwegen eerst maar halen en dan zien we wel weer verder.
Om 03:00 ziet Aldert een verlicht bootje voorbij varen. Hij haalt één
van de deurluikjes weg en roept; misschien zijn er mensen aan boord? Dan
realiseert hij zich dat dit ons reddingsvlot is want opeens is er een knal
en vliegt de boot, over de kop, weg. Dit vlot zat in een harde koffer in
een buizenrek vast op het voordek. Waarschijnlijk is het, door de zware
zeegang omhoog gevlogen en uit het rek gegooid. We zijn blij dat we er
zelf niet inzitten maar moeten wel de kustwacht waarschuwen dat ze niet
tevergeefs op zoek gaan! Bij 50 knopen wind is het geen reële optie om er
achter aan te gaan en we moeten vertrouwen op ons eigen schip. Zo zeilen
we verder door de nacht. Het schip en het tuig bewijzen weer eens heel
sterk te zijn. We blijven goed op koers en maken ruwe voortgang. Deze dag
is puur afzien en we zijn maar wat opgelucht als we de kust van Noorwegen
zien. Het is een spannende kust om te zien en met de hoge golven zoeken we
ons een weg naar binnen. De elektronische kaart bewijst zijn dienst en zo
varen we voorzichtig tussen de rotsen door. Aan het begin van de avond
meren we af in Korshavn, een
klein plaatsje op de zuidwest punt van Noorwegen. Van pure opluchting en
volgens vast gebruik drinken we een borrel op onze behouden aankomst. De
kustwacht heeft niet gereageerd op onze marifoonoproep en ook hier aan de
wal schijnt men niet te weten hoe we de kustwacht kunnen bereiken. We
bellen naar huis en vragen Inge en Michiel om dan maar via de Nederlandse
kustwacht te melden dat men niet op zoek hoeft. Warm eten lokt nog niet,
maar een broodje knakworst stilt de eerste gammeligheid; eerst maar eens
slapen.naar boven
Woensdag 24 september. Als we wakker worden schijnt de zon!
Aldert maakt een uitgebreid ontbijt en we nemen ons voor vandaag veel te
drinken. De weinige urine die we produceren is bruin en troebel, de nieren
hebben het zwaar te verduren.
De haven ligt uiterst beschut en ogenschijnlijk staat er nauwelijks
wind. De natte boel gaat naar buiten en in de kombuis wordt al het
serviesgoed afgewassen.
Ons kacheltje loeit de boot droog. Alleen hebben we nog een probleem met
onze hulpmotor. Die is onderweg uitgevallen zodat we met onze grote motor
de accu's moesten bijhouden om de stuurautomaat, de radar en de gps van
stroom te kunnen voorzien. Aldert kijkt wat het probleem zou kunnen zijn
maar dat is voor alsnog niet één, twee, drie duidelijk. Ondertussen
hebben we wel een aantal mogelijke "lekken" opgespoord en dicht
gemaakt. Achter in de kuip zitten zgn. luchtschelpen, die de motor en onze
hut van frisse lucht moeten voorzien. Als er zo massief water over komt,
is dit kennelijk een bron van lekkerij. Een de volgende keer hopelijk een
beetje droger. Gelukkig konden we uitwijken naar een andere hut om te
slapen maar het liefst liggen we in ons eigen bed. We slagen erin om weer
via ons mobieltje het internet op te gaan en halen een weerbericht voor de
komende drie dagen binnen maar ook een telefoonnummer van een Mastervolt
dealer die ons kan helpen aan een monteur. Twee dagen ZW 5, daarna
draaiend naar het noorden. Stavanger lijkt ons een mooi doel van deze
vakantie. Het Lysefjord aldaar ziet er indrukwekkend uit. naar boven
Donderdag hebben we de wekker op 06:00 gezet zodat we de tocht
naar Stavanger in een dag kunnen doen. Het is nog donker als we opstaan
maar als we de haven uitvaren kunnen we de omgeving goed zien. De wind is
ZW 7 en blijft zo, met uitschieters naar 8. Houdt het dan nooit een keer
op?
's Middags neemt de wind eindelijk een beetje af maar is nu zo variabel
dat onze stuurautomaat er geen touw aan vast kan knopen. Het varieert
tussen de 15 en de 30 knopen/uur, waardoor de druk in de zeilen grote
invloedheeft op onze koers. Meermalen moeten we ingrijpen om op koers te
blijven. De tocht is langer dan we dachten dus stellen we ons plan bij en
gaan vanavond naar Tananger,
dat scheelt zeker 3 uren.

Als we daar aankomen is het inmiddels erg donker
en binnen varen tussen de rotseilanden is dan erg spannend. Gelukkig dat
we een radar hebben en elektronische kaarten waar ook onze positie op is
te zien. Dat geeft een stuk zekerheid. Goed 22:00 meren we af en tegen elf
uur zitten we aan een oer-hollandse maaltijd van boerenkool (uit een pakje)
en (nog in Delfzijl gebraden) gehaktballen. De nattigheid in de boot is aanzienlijk minder en ons ingrijpen heeft
geholpen; we kunnen in ons eigen bed slapen. De ingang blijft een beetje
lekken en door een touwtje tussen het schuifluik en de houten stormkering te drukken hebben we het
vrijwel droog.
naar boven
Vrijdagochtend bellen we een monteur voor de hulpmotor. Het
zou toch wel heel fijn zijn als dat ding het weer deed. De
warmwatervoorziening is er ook van afhankelijk en af en toe douchen is
toch wel heel fijn. Eind van de middag kan er iemand komen. Het water komt nu met bakken uit de lucht vallen maar dat weerhoudt ons
er niet van om de wal op te gaan. Het brood dat we nog over hebben is oud
en de melk is op. Het is sowieso lekker om de benen te strekken na zo'n
woeste tocht op zee. Als we 's middags weer op de boot zijn, zijn we
druipend nat maar in de boot snort het kacheltje en in de badkamer worden
de kleren zo weer droog.Inderdaad komt om een uur of vijf een monteur. Na
enige tijd is hij ervan overtuigt dat het probleem in een temperatuur
sensor zit. Dat ding schijnt ontregelt te zijn want de motor krijgt niet
eens de kans om heet te worden. Heel veilig is het niet om zonder een
sensor de motor te laten draaien want als er wat misgaat krijg je geen
waarschuwing meer, maar draait de motor kapot. Na een telefoontje naar
Nederland blijkt dat er binnen 24 uur een nieuwe sensor bij ons kan zijn
dus gaan we voor die optie.naar boven
We spreken af voor maandag in Stavanger waar de monteur de sensor kan
vervangen. Ook gaat hij voor ons informeren naar een nieuw reddingsvlot.
Inmiddels hebben we met de verzekeringsmaatschappij gebeld en hebben
toestemming het vlot te vervangen. Er wordt uitgebreid gekookt. Inmiddels
is het droog en 's avonds zitten we uiterst vergenoegd vanuit onze warme
boot naar buiten te kijken. Rotsen, vissersboten en prachtige houten
huizen zijn ons panorama.
Zaterdag 27 september.
We werden, lekker uitgeslapen om
een uur of acht wakker en om half negen varen we richting Stavanger. De
eerste anderhalf uur flink buiswater over gekregen maar dan hebben we wind
bijna van achteren en varen alleen op ons grootzeil op Stavanger
aan.

Het wordt een mooie zonnige
dag en we zijn heel voldaan dat we dit gehaald hebben.

Nog voor de middag
liggen we, na een perfecte landing, aan de kade in het centrum van
Stavanger .

We spoelen het zoute
water van onze lijven af en doen "stadse" kleren aan. Stavanger
heeft een aantal gebouwen die zeer de moeite waard zijn om te bekijken. De
in de dertiende eeuw gebouwde gotische kathedraal is er één van maar ook
de oude huizen aan de haven vinden we heel charmant.

An’s garderobe wordt vanmiddag
uitgebreid met twee “home-made” (noorse) items: een nieuwe winterjas
en een rok die past bij het al eerder in Oslo gekochte vest.
naar boven
Nadat we inkopen hebben gedaan en gegeten zijn
we de stad ingegaan met het plan een film te gaan kijken. We waren
redelijk optijd maar de film die we wilden zien was al uitverkocht. Dan
maar de kroeg in.We maakten kontakt met een drietal Noren. De één was
een stuurman en sprak goed Engels, hoewel hij al behoorlijk aangeschoten
was. Zijn vriend, een loodgieter, had er wat meer moeite mee en diens
vrouw zei nauwelijks iets. Met de stuurman hadden we een gespreksstof
genoeg alleen al door het feit dat Aldert ook jaren als stuurman heeft
gevaren. Ook bleek dat hij heeft drie jaren op Malta gewoond en aangezien
wij daar ook enige tijd hebben doorgebracht, bleken we gemeenschappelijke
herineringen te hebben. Hij kon ons ook melding doen van de laatste
ontwikkeling n.l. dat de oude bussen nu eindelijk zijn vervangen door veel
veiliger, modernere bussen. Wel een toeristische attractie minder…
naar boven
Al pratende kwamen ze met het voorstel om ons
mee te nemen naar de Preikestolen,
een markante klif aan het Lysefjord.
Dat is natuurlijk een kans bij uitstek! Zonder auto kom je er niet en met
de boot ben je beneden en van daaruit is het niet mogelijk de klim te
maken. We waren erg enthousiast en hebben aangeboden om voor de drie
kinderen die, net als hun moeder niet mee zouden gaan, pannekoeken te
bakken als lunch. Om 13:00 zouden ze bij ons zijn.
Zondag,
28
september, zijn we ’s morgens om 11 uur naar de 13e eeuwse Domkirke
gegaan .

We wilden dit imposante
gebouw (vooral imposant doordat het al zo lang geleden is gebouwd) ook van
binnen zien en dit leek ons een mooie manier.naar boven
Gebouwd in 1125 in Anglo-Noorse stijl, vermoedelijk met hulp van Engelse
vaklieden. Het gerucht gaat dat de kathedraal is gebouwd door bisschop
Reinald van Winchester om de koning voor de derde maal in de echt te
verbinden maar waarschijnlijk was het Sigmund de Kruisvaarder die dit
gebouw tot stand heeft gebracht. In 1272 is de kathedraal door een grote
brand zodanig beschadigd dat een deel
(in gotische stijl) nieuw is gebouwd en in 1300 klaar was. Maar gelukkig
is de originele middeleeuwse stijl behouden en zo is dit de enige
originele middeleeuwse kerk in Noorwegen.
Van de viering hebben we inhoudelijk niet veel
meegekregen. Er was iets bijzonders, misschien wel net zoals in Nederland
de zondag van de oecumene, want er was een koor en koperblazers en een
hele processie aan jurken.

De melodieën die gezongen werden waren
prachtig en omdat iedereen een liedboek had konden we redelijk meezingen.
Even na half één waren we weer
op de boot. We hebben ons omgekleed en zouden net aan het (pannekoeken)beslag
beginnen, toen we het bezoek al hoorden. De vrouw en kinderen waren niet
meegekomen en het zou handig zijn als we de ferry van 13:10 konden halen
zodat we rond twee uur aan de klim zouden kunnen beginnen wilden we vóór
het donker weer beneden zijn. Met klem werd ons geschikt schoeisel
aangeraden, wat we gelukkig hadden. Jassen lieten we op de boot, het zou
droog blijven, wel fleece truien tegen de kou.
Snel nog wat brood gesmeerd en drinken
meegenomen. Om goed énen voeren we met een supermoderne katamaran-ferry
de haven uit en goed een half uur later waren we op een half uur rijden
van de klif. We wisten dat de klim 2 uur zou duren maar de jongens lieten
doorschemeren dat het wel wat sneller kon.
Vol goede moed begonnen we aan de vier
kilometer tocht die ons op een hoogt van 700 meter zou brengen. De auto
lieten we achter op ongeveer 300 meter, “koekje,
dus”, dachten we toen nog .
Nou, dat viel dus wel wat tegen. Gelukkig
waren er ook wat vlakkere stukken bij maar de stukken díe omhoog gingen,
gingen dus ook écht omhoog. Onze conditie viel mee en af en toe even
stoppen om te ontzuren en het hartritme weer op een aanvaardbaar niveau te
krijgen bleek voldoende om het vol te kunnen houden. Soms klommen we zelfs
langs dezelfde weg waar ook het water langs ging, dus was het ook nog eens
glibberig.
We hebben stevig doorgelopen en geklommen en
hebben er ruim 2 uur over gedaan. Vooral het laatste stuk was doodeng,
kruipend langs de wand van de rotsen.

Maar dán: wát een uitzicht.


Echt aan de rand staan durfden we niet, wel
liggen en dan net over het randje kijken of, zoals op

er een eindje vanaf.
Erg lang blijven wilden we niet i.v.m. de
naderende schemering. Onderweg, boven, al wat hagel gehad en af en toe in
de regen gelopen maar door de inspanning zó warm dat zelfs de truien nog
een deel van de tijd om ons middel hingen.
naar boven
De terugtocht ging iets makkelijker hoewel we
vaker struikelden door de onstane vermoeidheid. Dat we niet aan touwen
vastzaten maakte de hele onderneming o.i. best wel gevaarlijk. Natuurlijk
ook wel heel spannend om te doen. Inmiddels waren de weinige mede-klimmers
ons vóór, of ver achter (er bleef nog een stel BBQ-en boven) en waanden
we ons alleen met de berggeiten die we slechts af en toe zagen maar
voortdurend hoorden door de bellen die ze om hadden.
Goed zes uur waren we weer bij de auto. We
zijn een langere weg terug gereden en op een smaller stuk van het fjord
weer naar Stavanger overgestoken, waar we samen nog een hapje hebben
gegeten. We waren alle vier bekaf!
Maandag,
29 september. Toen was er de spierpijn! Kuiten en bovenbenen nauwelijks
meer te bewegen toen we uit bed stapten!
We hebben de monteur gebeld die onze hulpmotor
gaat repareren. De sensor was nog niet aangekomen en dus gaan we morgen
eerst met de boot naar het fjord en zoeken woensdag weer kontakt. Vandaag
de oude stad bekeken. Er zijn totaal 173 oude, meest eind 18e
eeuw gebouwde,huisjes die in goede staat nog de kern van het oude
Stavanger vormen.

De rest die er ongetwijfeld ook is geweest, heeft de
tand des tijds niet weerstaan of is door brand verwoest. Er staan diverse
brandmelders want vuur blijft natuurlijk een risico.

Dinsdag,
30
september. Rond half elf varen we Stavanger uit, op weg naar het Lysefjord.
Het regent en we fotograferen onder een paraplu.
naar boven

Voor de ingang van het
fjord een brug die we in de eerste instantie op onze (electronische) kaart
niet zien. Het lijkt alsof we er (net niet) onderdoor kunnen. Bij nader
inzien blijkt de brug 50 meter boven water oppervlak te zitten. Wij kunnen
er met onze mast, 17 meter en boot totaal plm. 20 meter, dus ruim
onderdoor! Het blijft spannend omdat je het niet kunt inschatten.
Inmiddels wordt het droog. In het fjord blijven flarden van wolken hangen
en dat is een prachtig gezicht.
We varen langs de plek waar we zondag boven op hebben gestaan.
Gedeeltelijk in een wolk nu maar we zijn er nog steeds van onder de indruk.
Voor amateur lopers als wij zijn was het toch een hele prestatie!
Eind van de middag maken we vast
aan het eind van het fjord .

De enige boot die er ook komt liggen is een
meetschip van de universiteit. Ze nemen watermonsters. Er is nog plek voor
de veerboot die we op de weg hiernaar toe zijn gepasseerd. Er staan een
paar huisjes maar die zijn niet bewoond. Waarschijnlijk zomerhuisjes en
een aantal staan te koop. Dit lijkt ons niet een plek om vrolijk van te
worden. De bewolking blijft laag hangen en het regent hierdoor een beetje.
In de cruising
guide worden we gewaarschuwd voor wind en we kunnen ons voorstellen
dat het hier aan het eind van zulk diep water behoorlijk tekeer kan gaan
als er een harde westenwind door de rotsspleet waait. Gelukkig waait het
amper, wij liggen hier prima.
Woensdag,
1 oktober.
We worden wakker door de komst van
de veerboot, rond haf acht. Het lijkt wel een storm! We worden wel een
half uur lang door steeds terug komende golven met geweld tegen de kant
aan gesmeten. Dit is dus wat ze bedoelen met risico van harde wind uit het
westen! Buiten zien we een dichte mist in het fjord.

We zijn blij dat we
een radar hebben, anders was het haast onverantwoord om te varen. Zelfs
met radar is het spannend en af en toe blaast Aldert de misthoorn (onze
koehoorn uit Kampen) om eventueel naderende schepen te waarschuwen. Niet
iedereen heeft een radar. Maar we komen niemand tegen. Aanvankelijk kunnen
we de rotswanden niet eens onderscheiden. Gelukkig hebben we gisteren veel
foto’s gemaakt, nu is er niets te zien.
naar boven
Als we weer bij de brug zijn is het bijna weer
helder en goed drie uur varen we Stavanger weer binnen.
Om half zes komt de monteur. Het is nog een
hele toer om bij de plek te komen waar de sensor zit. De motor wordt
omhoog getakeld en pas na middernacht kan er worden proef gedraait. Tot
onze grote teleurstelling blijkt nu het koelwater te lekken. Aldert, die
de monteur voortdurend heeft geholpen, ziet het niet meer zitten. Niet
weer de boel los en de motor omhoog. Maar voor de monteur is het zijn eer
te na. Hij blijft sleutelen, kan de lekkende slang ontkoppelen zonder de
motor te takelen en haalt van zijn werkplaats nog een nieuwe. Tegen twee
uur is de hele missie voltooid en loopt de motor zonder piepen of lekken.
De aanhouder wint!
Donderdag,
2
oktober.
Na een korte nacht varen we om 8 uur Stavanger
uit op weg naar Egersund.
Dit is ongeveer 40 mijl zuidwaarts. De zon staat aan een heldere lucht en
er is nauwelijks wind. Het is een prachtige ochtend en zonlicht geeft een
magische gloed aan het voor ons toch al fascinerende landschap. Het is een
mooi afscheidscadeautje van Stavanger We zetten een stuk zeil, tegen het
slingeren. Het blijft rustig weer en zo varen we dicht onder de kust naar
onze bestemming. Een mooie tocht en onderweg slapen we bij. We schieten
lekker op en zo bereiken we in de middag al de ingang, die onder alle
weersomstandigheden is aan te lopen. Ook bij slecht weer is dit een mooie
natuurlijke haven. Omdat het nog vroeg is besluiten we een rondje te varen,
want er zijn 2 ingangen n.l. oost en west.

Min of meer vaar je rond een
eiland met langs beide oevers een eindeloze rij vakantiehuisjes. Het is nu
heel rustig i.v.m. het late seizoen, maar zomers moet het hier wel
krioelen van de bootjes. We genieten van de aanblik en het natuurschoon en
zo bereiken we de brug die met 23 meter hoog genoeg moet zijn. Elke keer
is en blijft het weer spannend en ook hier blijkt de info gelukkig te
kloppen. Voordat we de haven indraaien zien we een groot bunkerstation en
bunkeren diesel en water.
In de jachthaven zijn we bijna weer het enige
jacht, in ieder geval het enige jacht dat bewoont is. Dit wordt ook de
eerste keer deze reis dat we havengeld betalen. Ons verblijf in Stavanger
was kostenloos (op de rekening van de monteur na natuurlijk).
naar boven
Op één of andere manier is er iets vreemds
met onze inbox van de mail. Die loopt iedere keer vast en er komen
kennelijk grote berichten binnen waar we niet blij mee zijn maar die we
ook niet kunnen blocken. Plan is om een internetcafé te zoeken. We vinden
uiteindelijk een hotel met internetverbinding en An mag op de computer van
de receptionist. We halen de mail binnen en maken de inbox leeg en doen
nog een poging om ongewenste mail de komende tijd te blokkeren. Het lijkt
verdacht veel op een virus, de mail van Microsoft met attachment, die keer
op keer de inbox blokkeert. Hopelijk zijn we er nu van af en in ieder
geval zijn we weer op de hoogte van onze binnengekomen (worldonline) post.
Vrijdag,
3 oktober.
Een “boerennacht” gemaakt. De dag begint regenachtig en is zo een
heerlijke dag voor klusjes en shoppen. Vandaag de laatste voorbereidingen
voor de oversteek. Al wat nerveus over het te kiezen tijdstip. Vandaag is
de wind nog ZW maar draait naar NW. Zodra dit gebeurd willen we eigenlijk
weg, desnoods vanmiddag al. We ontdekken een super Coop, waar ze zelfs een
gereedschaps afdeling hebben en geitebellen verkopen. We kunnen de
verleiding niet weerstaan en kopen twee verschillende bellen die we
hoorden toen we de klif beklommen. Er wordt nog wat proviand ingeslaan en
we scoren een echte Noorse trui (zonder sneeuwvlokken,rendieren of
glim-gespjes) voor Aldert. Rond de middag BBC weerbericht. ZW 5-7 (met
uitschieters naar 8) maar draaiend naar NW. Het weerbericht geeft aan dat
de wind zaterdagmorgen inderdaad draait naar NW en dat is natuurlijk goed
nieuws. Maar voorlopig zit hij in nog het ZW en blaast veel te hard om nu
al weg te gaan. Alle reden voor een rustige nacht. Die avond halen we via
internet en Wetter on Line het weerbericht voor 3 dagen op en deze geeft
aan dat dinsdag de wind van NW naar ZW gaat draaien. Onderweg met NW 4 tot
5 lijkt het haast een te mooie weersvoospelling.Er zijn nog een paar kleine klussen te doen en
er wordt nog een wasje gedaan zodat we tot aan het eind van onze vakantie
schoon ondergoed en sokken zullen hebben.
Zaterdag
4 oktober.
Het is bijna windstil als we vertrekken. Eenmaal buiten staat er nog een
behoorlijke deining uit het zuidwesten, maar tot onze schrik is er ook
één uit het noordwesten. Blijkt het als we het weerbericht horen in het
noorden behoorlijk gestormt te hebben en een uitvloeisel krijgen we nu mee
van doen. Zonder wind en de beide deiningen tegen elkaar in, geven weer
geweldige klutsingredienten. Anne heeft een pleister achter haar oor en
heeft van zeeziekte geen last. Aldert wordt door de onregelmatigheid
behoorlijk katterig. Eten en drinken maar weer even niet. In de middag
komt de beloofde NW wind en gaandeweg wordt het schip rustiger. We zeilen
prachtig en de wind neemt inderdaad toe
tot windkracht 5. Omdat deze schuin van achteren in komt, is het heerlijk
zeilen. We zetten een rifje voor de nacht en genieten van het één zijn
met de elementen.

Het kacheltje snort en we gaan ruim 7 knopen. Genieten!
Zondag
5 oktober
Die ochtend horen we weer de BBC met zijn vertrouwde shipping forecast.
The generals and officers hebben echter deze keer een verrassing in petto.
Wat we op het Duitse weerbericht al hadden gehoord, blijkt ineens veel
sneller te komen en met een veel grotere intensiteit. De wind draait
binnen 24 uur naar ZW en dat is precies de richting waar we heen moeten.
Tot overmaat van ramp wordt ook nog storm voorspeld n.l ZW 8.
Goed zeemanschap is nu om zo veel mogelijk hoogte te winnen om ook
bij een ZW wind nog bij Borkum binnen te kunnen zeilen. Te veel omvaren
kost weer tijd en zo moet je ergens weer de gulden middenweg zien te
vinden. Naast de koers besluiten we een poging te doen om voor de storm
komt binnen te zijn. De motor er bij aan en terwijl het prachtig weer is,
scheuren we met 8 knopen over de Noordzee. We zien de inmiddels vertrouwd
voorkomende booreilanden weer en elk uur is er één. Af en toe komt er
een bui over en dan schiet de windmeter uit naar 30 – 35 knopen, maar
even daarna wordt het weer rustiger. Voor de nacht wordt de stagfok gezet
en om in de loop van de nacht, als de wind vrij constant rond de dertig
knopen waait, zetten we ook het 4e rif.

We zijn nu
stormbestendig. De nacht vordert en we tikken de mijlen weg. Nog 100 mijl;
nog 50 mijl; we balen dat we in de ET-route uit moeten wijken voor een
schip dat stug zijn koers vast houdt; kost weer tijd;
nog 20 mijl……………...
Dan komt er een zware bui op ons af en in eens zitten we in vliegend
weer. De wind draait naar ZW en schiet af en toe door naar ZZW. Het waait
strak 8 met uitschieters naar 9 en de zee bouwt zich snel op .
naar boven
We worden
weer de onderzeeer en op deze momenten zijn we erg blij met de robuustheid
van het schip. We moeten zo hoog aan de wind als maar mogelijk en de
schoten lijken wel vioolsnaren. Als de wind even krimpt begint de stagfok
te zingen en onwezenlijk te flapperen. Een beertje afvallen en zo snel
mogelijk werer hoogte maken. Dank
zij de extra hoogte die we hebben gemaakt bij de boortorens, kunnen we de
Westereems precies aan lopen, maar we hebben niets over bij ZZW. Even
horen we de motor haperen en direct pomp Aldert met de hand het systeem
door, waarna de motor zijn gerustellende brom weer aanneemt. Met een 5
mijls gangetje kruipen we naar de ingang toe. Langzaam begint het te dagen
en een loodgrijze dag duikt tussen de hoge golven op. Een bloedrode
zondsopgang: waarschuwing voor de scheepvaart: “pas op!!” ( a red sky in the morning is a sailors warning).

De
wind giert door het want en Anne heeft door haar pleister nog steeds
volstrekt geen last van zeeziekte. Buiten is niet te zijn, maar binnen kun
je ook filmen en koelbloedig legt ze alles vast. Het valt niet mee om bij
een heftig slingerend schip de vuurtoren van Borkum vast te leggen, maar
ze krijgt het uiteindelijk voor elkaar. Eindelijk zijn we om 8 uur tussen
de rode en groene tonnen en gaan bakboord uit tot aan het eiland. Volgens
“Bartje” zou er al stroom tegen moeten zijn, maar door de storm wordt
het water zo opgestuwd, dat we zelfs nog een beetje stroom mee hebben.
Geluk bij een ongeluk!
Als we bij het eiland stuurboord-uit gaan om naar de ingang van de haven
te varen, moeten we weer hoog aan de wind. Het waait in buien 9 en verder
een strakke 8.
Ondanks het slechte weer varen grote Urker kotters uit

en om niet of met
een boei of met een kotter in aanvaring te komen, komt het laatste stukje
op handwerk aan. Heftig slingerend bereiken we het gat en varen om het
baken naar de haven. Oppassen voor de strekdam die volledig onder water is
verdwenen. De kotterfok gaat neer en wordt vastgebonden en Anne haalt het
kleine lapje grootzeil naar beneden. Dan draaien we de haven in waar ook
nog behoorlijk golven staan. We besluiten in de meest beschutte hoek te
gaan liggen en na gedraaid te zijn, waaien we met een overwogen klap tegen
de ponton aan. De fenders doen hun werk en we knopen vast. De broer van de
havenmeester komt met zijn electrische scooter aan en kan zijn ogen niet
geloven. Met zo’n wind ga je toch niet varen! Zijn we volledig met hem
eens, maar als je er in terechtkomt is niets heerlijker dan vast te kunnen
maken in een beschutte haven. We geven aan geen zin te hebben om
electriciteit aan te sluiten; eerst bijkomen.
We drinken onze traditionele borrel, eten warme knakworst en stellen het
thuisfront gerust. Dan wacht ons een dromeloze diepe slaap terwijl de
storm boven ons uit raast.
naar boven
Maandag,
6
oktober blijft het stormen. De meeuwen op het grasveld aan de haven worden
van hun poten geblazen! ’s Avonds gaan we uit eten in een restaurantje
aan de haven.
Dinsdag,
7 oktober. Het lokt nog niet om verder te gaan. Deze week is immers ook
nog vakantie! Veel zin om met het treintje naar het dorp te gaan hebben we
ook niet want het regent af en toe behoorlijk en op de boot is het uiterst
behagelijk. Vandaag wat geknutseld op de computer, zelf maar weer eens
uitgebreid gekookt en om er toch nog even uit te zijn, ’s avonds in het
havencafé nog een pilsje gedronken.
Woensdag,
8 oktober. Een straffe westenwind blaast ons de Eems op. Een beetje fout
geplanned wat betreft het tij maar er blaast zoveel water de Eems op dat
we vlak onder de dijk doorvaren, waar we nog 2 wantijen passeren met 2 uur
na hoog water toch nog ruim 3 meter water onder de kiel. Zo komen we even
na de middag in de jachthaven van Delfzijl.

Donderdag,
9 oktober. Rond de middag gaan we door de sluis, het Eemskanaal op. We
meren af in de Farmsumerhaven waar we bij een nautisch bedrijf naar een
nieuw reddingsvlot kijken.In de loop van de middag varen we door naar Groningen.
De vakantie zit erop!naar boven
|