|
![]() |
||
|
Zaterdag 29 april vertrokken we uit Groningen. Een bescheiden uitzwaaicommitee stond op de wal van het Eemskanaal.
's Morgens de laatste zaken nog aan boord in een hagelbui maar gelukkig is de weersverwachting veelbelovend. Afhankelijk van de wind waren we van plan om eerst naar de Eemshaven te gaan zodat we op onze fietsjes naar Oudeschip konden om afscheid te nemen van Inge en Michiel. Al bij de eerste brug bleek de marifoon niet te zenden en mee omdat de wind ook niet gunstig is (hard uit het noordwesten) hebben we de Eemshaven ingeruild voor de haven van Delfzijl. Inge heeft ons met de auto opgehaald en we hebben de eerste avond van onze vakantie in Villa Noback doorgebracht. Zondag eerst maar eens uitgeslapen, zo'n vertrek leidt altijd tot de nodige stress. Gelukkig bleek het probleem van de marifoon goed oplosbaar te zijn. De kabels waren wat al te enthousiast bij elkaar gebonden en in het fragiele 6-dradig snoertje van de marifoon is het "zend"draadje gebroken. Maandagochtend kon bij Datema een nieuwe kabel worden gehaald. We hoefden er niet eens voor te betalen!
Op 1 mei zijn we rond drie uur ’s middags de haven van Delfzijl uitgevaren. De wind komt uit het zuiden en dat is voor ons niet verkeerd. Rond 5 uur varen we Borkum voorbij, de grote reis is begonnen. Het is nog even wennen aan de bewegingen van het schip maar er wordt gekookt en gegeten. Aldert doet de nachtwacht en An houdt wacht te kooi. Op 3 mei lopen we rond twee uur ’s middag de haven van Whitby binnen. Bekend terrein, In 1998 waren we hier met Inge en Michiel en Jurjen ook. We halen wat achterstallige slaap in en gebruiken de rest van de dag en de dag erna om wat rond te struinen in de omgeving en nog wat klusjes aan boord te doen. Vrijdag 5 mei varen we naar Sunderland. Hier komt ’s avonds Leendert Hamoen (een collega van An die nu in Newcastle werkt en woont) aan boord. Oude koeien uit de sloot gehaald en daardoor de volgende morgen enigzins brak aan de tocht naar Newcastle begonnen. Zaterdag 6 mei meren we af in de St. Peters haven aan de rand van Newcastle. We lopen naar het centrum en krijgen van Leendert een rondleiding langs de meest interessante plekken van Newcastle. ’s Avond uit eten vlak bij de Millenium brug die we zowaar nog zien draaien. Een imposant bouwwerk over de rivier de Tyne. Deze avond gaan we vroeg terug naar de boot om morgen iets frisser aan de dag te kunnen beginnen.terug naar boven Zondag 7 mei komt Leendert ons ’s morgens met zijn auto ophalen en maken we een tocht dwars door Northumberland, langs de restanten van Hadrian Wall, een ruim 100 km lange 2 meter breed en 2 meter hoge muur in 122 gebouwd door de Romeinen.
Een populaire wandelroute hier. Maar ja, dan moet je meer tijd hebben en op deze manier kunnen we het in 1 dag doen! Uiteraard ook Leendert’s nieuwe woning en werkplek bekeken. Verzadigd met nieuwe indrukken weer terug op de boot. We hoeven morgenvroeg niet heel op tijd weg. Er is tij op de rivier en de haven is ondiep bij laag water.terug naar boven Schotland! Maandag 8 mei varen we om 10 uur de haven uit. Om 11 uur zijn we bij de zee. Er staat een behoorlijke deining en de wind is gemeen Oost. In de middag waait het af en toe kracht 7 en zelfs Aldert voelt zich er niet lekken bij. Wel maken we behoorlijk vaart, we lopen 8 knopen! Eigenlijk gaan we te snel want, gelet op het tij is het niet verstandig om voor 20:00 de haven van Berwick (de grens tussen Engeland en Schotland) binnen te lopen. Dus varen we uiteindelijk met 3 riffen in het grootzeil om half negen al slingerend de nauwe haveningang van Berwick binnen. We meren af in een havenkom zonder steigers, gewoon aan lange touwen tegen de stenen kade. Heel laag nog en het lijkt onmogelijk om de kant op te klimmen. De enige ladder die er is is nog achter de bijboot en de havenmeester klimt via de bijboot uiteindelijk aan boord. Voordeel van deze haven is dat de prijs een kwart is van wat we in de andere havens moesten betalen. En omdat we toch “self supporting” zijn wat betreft water, electriciteit en sanitair hebben we niet meer nodig dan een veilige ligplek. En dat blijkt deze haven ons te bieden dus besluiten we hier 3 nachten te blijven, wordt er dinsdag geklust en wat geproviandeert en gaan we Woensdag 10 mei van Berwick met de trein naar Edinburgh. Een prachtig zonnige dag. In het park middenin de stad liggen mensen te zonnen. Natuurlijk is er een doedelzakband:
Donderdag 11 mei zijn we al om half 4 ’s morgens uit Berwick vertrokken. Naar Aberdeen is het 80 zeemijlen en dat is, als we gemiddeld 5 mijl per uur varen, een lange dag. De wind gaat naar het Noorden draaien, dus dat kunnen we beter voor blijven. Het is al een beetje licht als we wegvaren maar het blijft spannend. Hoog water is geweest en als we ergens vastlopen (de ingang van de haven is een soort waddenslenk) dat zitten we daar een hele tijd. Enigzins nerveus dus en daardoor twee keer aan de verkeerde kant van een boei langs gevaren. 2,5 meter water onder de kiel, genoeg om door te varen. Een paar uur later weer bijna een ongelukje: we blijven met een van de roeren achter een vislijn steken. Gelukkig heeft Aldert meteen de motor stil gezet. Je moet er niet aan denken dat dit touw in de schroef komt! Het tij is aan het keren en het touw zat op wel 30 meter afstand van de vlagboei. Met de pikhaak steekt Aldert de lijn achter het roerblad vandaan. Het water is kraakhelder (en ijskoud) dus dat scheelt! Al om 17:00 zijn we bij de haveningang van Aberdeen. We weten uit de pilot al dat er geen faciliteiten voor jachten zijn. Het is een grote en drukke commerciele haven voor de olieindustrie en als we ons via de marifoon melden is meteen duidelijk dat ze niet op ons zaten te wachten. Na een uur slingeren voor de ingang krijgen we permissie om binnen te varen. We worden opgewacht door een havenautoriteit die ons een plek langszij een marineschip aanwijst.terug naar boven
De man biedt aan ons ’s avonds Aberdeen te laten zien en verontschuldigd zich voor het feit dat er geen voorzieningen voor jachten zijn. Het havengeld is laag: 17 pond en daarvoor kunnen we eventueel 5 dagen blijven. We zouden de douches van de havendienst mogen gebruiken maar dat is niet nodig. Gelukkig kunnen we met ons generatortje de accu’s weer opladen dus ook dat is geen probleem. Vrijdag 12 mei wordt er weer geklust. Aldert gaat op pad om een rvs strip te halen om het stuurgerei te versterken. Daar zit wat speling in. Het kost wat moeite om de juiste plek te vinden maar uiteindelijk komt hij glunderend terug met een strip die precies zo gedraaid is en van gaten voorzien door een metaalbedrijf in de buurt van de haven. De marinemensen lenen ons een hogedrukspuit zodat het schip van buiten weer spic en span is. Zelfs het dek wordt op deze manier weer een stuk opgeknapt. We zijn al tijden op zoek naar een manier om het zachte rode rubber op het dek schoon te kunnen maken. Dit blijkt de ideale manier te zijn. Aldert mocht de spuit eventjes lenen en kon er maar niet genoeg van krijgen. De marineman was al een keertje komen kijken om hem weer terug te vragen en de 2e keer moest hij ingeleverd worden. Nog niet af; wel weten we nu hoe het een volgende keer kan! Het weer is regenachtig en nodigt niet echt uit om buiten te zijn. Vanuit de boot observeren we de activiteiten rondom ons. Er is een Nederlands baggerschip die de haven uitbaggert en zowel grote als kleiner vissersschepen brengen hun lading (krabben of schelpen) aan wal.terug naar boven Zaterdag 13 mei wordt er diesel gebunkerd en de koers uitgezet verder noordwaarts, naar Wick, waar we de distilleerderij van Old Pulteney (onze favoriete whisky) hopen te vinden. ‘s Middags gaan we een eind lopen door Aberdeen. Op een plein vinden we het standbeeld van William of Wallace voor ons sinds de film BraveHeart bekend. Zondag 14 mei vertrekken we rond half acht ’s morgens. Aanvankelijk weer “motorsailen” maar aan het begin van de middag kan Tegen 11 uur ’s avonds komen we aan bij Wick. De haveningang heeft een haakse hoek:
(foto volgende dag gemaakt) en we gaan er met een behoorlijke snelheid, vanwege het tij, in. De zeilen net voor de ingang al laten zakken maar niet opgeruimd vanwege de grote deining dus is het zicht niet optimaal maar het gaat prima. Maandag 15 mei vinden we inderdaad de whiskystokerij en worden we uitgebreid voorgelicht over de bereiding van malt whisky.Aldert poseert bij 1 van de 2 grote ketels en bottelt tenslotte 2 flessen very old Pulteney (uit 1989) met een alcohol % van 60.8, die we als een trofee mee naar de boot nemen. Missie geslaagd! Dinsdag 16 mei zetten we koers naar de Orkney’s.
Gelet op het tij vertrekken we om twaalf uur. Eerder heeft geen zin want we
moeten de Pentland Firth oversteken en daar kan de stroom oplopen tot 9 mijl
per uur. Er wordt slecht weer verwacht, eind van de dag zelfs storm. We moeten
het eerste stuk tegen de wind (en de stroom) in dus zet Aldert 2 riffen en
maken we de boot weer “onderzee-klaar”. Wij zelf in het pak gehesen, zwemvesten
om. We varen naar buiten en varen eerst tegen 2m hoge golven in naar buiten. We
“rijden” de golven op en af en het is een prachtig gezicht hoe de Necton zich
door de golven ploegt! Zodra we vrij van de kust zijn, loopt de diepte snel op
naar 50 meter en worden de golven minder bedreigend. We veranderen koers naar
het noorden en met de steun van het gereefde zeil worden de bewegingen
rustiger. Het is heel belangrijk op de goede tijd bij kaap Duncansby Head te
zijn i.v.m. de kentering van het tij. We hebben uitgerekend dat we er om 14.00u
moeten zijn en daarom blijft de motor bij staan om genoeg snelheid tegen de
stoom in te houden. Na een tijdje op zee kunnen we wat ontspannen en wordt een
pak Tuc’s gegeten. In de loop van de middag zetten we een 3e rif en
liggen we weer stabiel en maken goede voortgang. Klokslag 14.00u zijn we bij de
kaap en de golven zijn er woest en heftig terwijl er een oostenwind waait
kracht 5 Beaufort. We lijnen ons vast voor het geval er een grote golf over de
boot zou slaan. Het schip beweegt heftig en we blijven buiten zodat we alerter
zijn op de heftige bewegingen van het schip. Dit is één van de beruchste
wateren in de wereld en we zijn blij dat we op de radar geen passerende schepen
zien waar we voor uit moeten wijken. We stuiven met de motor vol aan en
aangepaste zeilen met 8,5 knoop door het water naar de veilige overkant van de
Orkney eilanden. De driehoek in het want ten teken dat we de motor bij hebben
want anders moeten we wel de indruk van de Vliegende Hollander hebben
opgeroepen. Met kleine zeiltjes stuivend door het water! Het water om ons heen
is wild en er is geen enkel patroon in te ontdekken. Zelfs nu het tij keert, is
het water volledig dol en hoe ziet dat er uit met 9 mijl stroom tegen de wind
in.... Je krijgt rillingen bij de gedachte alleen al! Om 14.45 zijn we achter
de veilige kust van Scapa Flow, de grote natuurlijke haven die in de 2e
wereldoorlog de grote marine haven was. We varen een prachtig fjordachtig
gebied in en
het is een heerlijke overgang naar rustig zeilen met een bakstagwindje. De
motor uit en het is gewoon genieten van het zeilen deze nieuwe en ruige
omgeving. terug naar bovenWoensdag 17 mei beginnen we met het toezingen van onze dochter Miriam die vandaag haar 26ste verjaardag viert. Jammer dat we er niet bij kunnen zijn, die schade halen we nog in! Er is een grote wasmachine en een droger in de haven dus wordt de was van de afgelopen weken gedraait. Het weer valt mee, niet zo koud en droog. We zetten de fietsen op de kant en gaan het eiland verkennen.
We ontdekken een baai waar zeehonden spelen, ze blijven op afstand en zijn daarom moeilijk te fotograferen. Het wordt een mooie fietstocht, af en toe lopend tegen een steile heuvel op en remmend er weer af. We ontdekken dat we in de bibliotheek kunnen internetten en versturen vandaar het reisverslag.terug naar boven Stromness, Fair Isle en Shetland Donderdag 18 mei. De dag begint bewolkt en regenachtig. Maakt niet uit want vandaag staat een rondrit met een bus op het eiland op ons programma. Zo zien we de high lights in één keer en krijgen we informatie erbij. We rijden rond Scapa Flow de grote baai in het midden van de Orkney’s. Dit was in de tweede wereldoorlog de grote (natuurlijke) haven van de marine. De Royal Oak is hier in 1939 door Duitse torpedo’s tot zinken gebracht en daarbij zijn ruim 800 marinemensen omgekomen. Het wrak is een oorlogsgraf, er mag niet op gedoken worden. Elk jaar hangt de marine er een nieuwe vlag (onder water) als eerbetoon aan de slachtoffers. De scheepsbel is indertijd wel naar boven gehaald en hangt nu in de St. Magnus kathedraal in Kirkwall. Echt prehistorisch is de opgraving van Skara Brae.Eind 1800 bleek er na een grote storm een bijna intact dorp onder een zandheuvel aan de westkant van het eiland te liggen. Men heeft een aantal huizen blootgelegd. Er wordt geschat dat deze vestiging 5000 jaren oud is. Niet alleen het feit dat dit ouder is dan de pyramiden maar vooral dat het zo goed bewaard is gebleven is opzienbarend. Aan de hand van wat men hier gevonden heeft, kon een reconstructie worden gemaakt van het dagelijks leven uit die tijd. terug naar boven
Dan komen we langs één van de Standing Stones, de Ring van Brodgar. Waarschijnlijk uit 3000 – 2500 jaar v. Chr. Oorspronkelijk 12 en de grootste 5 meter hoog in een bijna perfecte circel van 30 meter omtrek. Er omheen loopt een diepe schacht van een 6 meter brede, 2,5 meter diepte (ondergrond is deels massief rots) Er zijn verschillende theorieën omtrent het doel en gebruik van deze circels maar men is het er nog steeds niet over eens. Indrukwekkens is het wel, zoiets groots, stammend uit een tijdperk waar men niet de beschikking had over graafmachines en heftrucks.terug naar boven ’s Avonds hebben we in een klein eetcafe twee zeilers uit Glasgow ontmoet. Daar zijn we mee naar een pub geweest met live muziek. Twee gitaristen, een bas en een zanger en af en toe kwam er spontaan iemand bij. De Scapa Special (lokaal bier) vloeide rijkelijk en Steve (uit Glasgow), die zijn verjaardag vierde tracteerde op whisky. Aan het eind van de avond hoorden we doedelzakmuziek. Bleek dat een verlegen doedelzakspeler op de toilet aan het oefenen was. We hebben hem overgehaald om in de kroeg te spelen. Dat was vooral voor Anne natuurlijk helemaal het einde. De mucisi waren er overigens niet zo blij mee. Zo’n piper is een band op zich. De bassist probeerde af en toe nog wel wat mee te tokken maar dat voegde niets toe. Het indringend geluid van zo’n doedelzak overstemt alles. Op dat moment heeft Anne serieuze plannen gemaakt om doedelzak te leren spelen, gelukkig is het inmiddels weer over. Ongemerkt toch teveel alcohol genuttigd maar wel een geweldige avond gehad!terug naar boven Vrijdag 19 mei goed acht uur ’s morgens de boot en onszelf reisklaar gemaakt en met mist in ons hoofd en mist op zee vertrokken. We hebben tussen Hoy en Stromness een grote vis gezien (zeker groter dan de dolfijnen die we tot op heden zagen), net iets te ver weg om goed te kunnen zien wat het was en uiteraard te laat om te filmen. Er komen hier walvissen voor dus wie weet, we blijven opletten! Onderweg wel veel vogels gezien, Jan van Genten en (in ons vogelboek opgezocht) Grote Jagers. Van een Engelse jachtschipper hebben we het indringende advies gekregen Fair Isle aan te lopen. Het is een klein eilandje tussen (bloody)Orkney en Shetlands in en de haven is bij mooi weer goed beschut. Aanvankelijk op de motor, maar na een tijdje blaast de westenwind de mist weg en vervangen we het gereefde grootzeil om het slingeren tegen te gaan naar de “full monty”. Met bijna 100 meter zeil gaan we rustigjes richting het eilandje. Rond 7 uur ’s avonds zoeken we we ingang in de noordenhaven en het is in werekijkheid nog veel kleiner dan we dachten. Aan beide zijden steken scherpe rotsen uit het water die ze hier “skerries”noemen. We manouvreren er voorzichtig tussen door en zien papagaaiduikers! Te druk met de touwen om te filmen. Direct achter een kleine dam liggen nog twee andere zeilers in de haven naast de postboot. We maken vast langszij en vergapen ons aan de schoonheid van dit landschap vanuit de kajauit, want buiten is het roetkoud en we zijn bekaf. De avond ervoor met veel whisky en een volle dag op zee met spannende navigatie, maken dat we zeer vroeg te kooi gaan. terug naar boven Zaterdag 20 mei gaan we, heerlijk bijgeslapen, op pad, vastbesloten om de papagaaiduikers op te zoeken. Er is hier een birdwatch station op het kleine eiland waar men ons ongetwijfeld kan adviseren. Het eiland is 2,5 mijl lang en een mijl breed, makkelijk te lopen dus. Er zouden zo’n 60 bewoners moeten zijn (minder, bleek later) verspreid over het eiland. Een kerkje, een school, een kleine kruidenier en verder niets. We dachten wel ergens koffie te kunnen drinken. Bij navraag kon dat alleen bij het birdwatch station, bij de haven. Uiteindelijk zijn we daar naar binnen gelopen maar een lunch had dagen van tevoren aangevraagd moeten worden dus dan maar terug naar de boot. De Ranger wilde ’s avonds met ons naar een klif om de papagaaiduikers te observeren. Maar eerst was er een diashow over migratie van vogels en ook nog eentje van een ranger die hier zijn eerste seizoen was en alle vogels die hij tot nu toe heeft gezien, heeft gefotografeerd. Dat heeft al met al even geduurd maar we hebben er weer een hoop bijgeleerd. We zitten inmiddels boven 60 graden breedte dus wordt het hier pas laat donker (en al vroeg weer licht). We lopen goed negen uur naar de klif en na een steile klim zien we een adem benemend mooi vergezicht van een baai en door de oceaan ruig gevormde kliffen. Onze gids Mike leidt ons naar een plek om veilig aan te rand van de klif te kunnen zitten en stelt voor te wachten want er zijn nauwelijks vogels te zien. Mike is een onderhoudende verteller en is al jaren op eigen verzoek in het noorden. Dan wijst hij op een “vlekje”ver in het water. Daar zijn de Puffins (zo heten de papagaaiduikers hier) vertelt hij met overtuiging. Ze komen alleen in het schemer aan land. Na een half uurtje worden we ineens omringd door heftig klapwiekende (400 x/minuut) rondvliegende en slordig landende Puffins.terug naar boven
De vogels hebben holen in het zand. Ze doen ons sterk aan pinguins denken. Parmantige beesten. Een beetje onhandig met landen maar zeer bedreven in het duiken vanaf de stijle klif. Ze broeden nog niet en maken een ontspannen indruk. Zijn ook best wel nieuwsgierig en komen steeds dichter bij naarmate we er langer zitten. Zo’n 30 cm groot met vel oranje zwemvliezen en een karakteristieke snavel. Men weet nog steeds niet precies hoe oud ze kunnen worden, er zijn hier exemplaren van 53 jaar! Het meest verbazende is dat men, als er een dode vogel wordt onderzocht, op geen enkele manier dit leeftijds verschil kan zien. Een gezond leven leiden ze, dat is zeker!Door de rui zien ze er van buiten steeds jong uit maar ook aan de organen ziet men geen veroudering. Uiteindelijk zijn we door de kou genoodzaakt op te breken. De watertemperatuur is 10 graden. Eind september kan dit 12 graden zijn. Als de zon weg is koelt het snel af en in de boot hebben we tot nu toe steeds de kachel aan en de voorpunt dicht (omdat dit alleen als oplagruimte gebruiken). Vlakbij de boot zwemt een stel eidereenden, die worden kennelijk door gasten in de haven gevoerd, dus blijven ze hier terugkomen!terug naar boven Zondag 21 mei vertrekken we naar de Shetlands. Vroeger dan de bedoeling want het stormt windkracht 9 in de niet ver verwijderde Faroes en die hoge deining komt nu ook de haven in en het schip tegen de kade aan. We worden hier wakker van en vanaf 3 uur kunnen we de slaap niet meer vatten. Nog geprobeert de touwen strakker te zetten maar ook dit helpt niet afdoende. Dan maar onderweg, des te eerder zijn we er! Er staat een stevige bries (WZW 5-6). Aldert heeft 2 riffen in het grootzeil gezet en de fok is maar voor een deel uit. We gaan met grote vaart noordwaarts, de boot is in haar element! 6, 7 knopen en af en toe 8, we schieten hard op. Af en toe trekt de wind verder aan en de fok wordt steeds verder weg gereefd. Ondanks het steeds minderen van het zeil, gaan we steeds sneller en we bereiken nu af en toe 9 knopen! Na een paar uur varen we in de luwte van land en laten we de hoge golven van de Atlantische Oceaan achter ons. We zien nog een oefening van de reddingsboot die een bemanningslid over zet naar de reddingshelicopter. Dat is met windkracht 7 best spectaculair. Al rond de middag varen we Lerwick binnen, de hoofdstad van de Shetlands. Het is inmiddels prachtig zonnig weer, de wind neemt af. ’s Middags eerst even bijgeslapen en toen het opgedroogde zout van de boot afgespoeld zodat we weer naar buiten kunnen kijken.terug naar boven Maandag 22 mei verkennen we Lerwick en halen informatie om dinsdag met een huurauto het eiland te verkennen. We kijken alvast naar het weer voor de komende dagen. Echt zeilen zit er niet in. De wind is uit het westen en zuidwesten, dat betekent weer motorzeilen. Voor de zekerheid vullen we de dieseltanks voordat we deze tocht beginnen. Omdat we komend weekend in Glasgow moeten zijn (we vliegen een midweek terug om de verjaardag van Aldert’s moeder mee te kunnen maken) gaan we de oversteek van ruim 200 mijlen in één keer doen. Dat betekent 2 dagen (en nachten) op zee. Maar voorlopig liggen we in Lerwick! Dinsdag 23 mei, vandaag gaan we met een gehuurde auto het eiland over. We rijden naar de noord-west kant, een schiereiland (North Mavin) waar we volgens zeggen de oceaan tegen de kliffen aankunnen zien beuken. En inderdaad, als we bij de zuid-westelijke (atlantische) kust van het schiereiland, Stennes (de vuurtoren) staan,kunnen we ons goed voorstellen hoe de diepe kloven door de jaren heen in de steile rotsen zijn ontstaan. Zelfs nu er relatief weining wind staat beukt de grote deining van de oceaan tegen de rotsen, het water is wit. Een heel andere ervaring om op het water te kijken en er geen deel van uit te maken! We zagen op de weg hiernaartoe een soort kantine bij een camper parkeerplaats. Kennelijk net geopent. De keuken draait nog niet soepel (we hebben bijna een uur moeten wachten!) maar de ingredienten zijn lokaal en van een pure hoogstaande kwaliteit. Inmiddels is het al een eind in de middag en we zien ervan af om ook nog ten zuiden van Lerwick te gaan kijken. In plaats daarvan stoppen we in Breawick en lopen een stukje langs de kust. We zien op diverse plaatsen de resten van kleine boerderijen: Alleen een nieuw dak en het gaat nog jaren mee! De vroegere hoofdstad Scalloway is niet een plek om met de boot ooit nog naar toe te gaan. De namen die op de kaart staan zijn niet altijd dorpen. Soms staan er 1 of 2 huizen maar meestal is het gewoon de naam van de plek.We hebben bewust de ruigte gezocht; nu we er een tijdje zijn, overvalt de kaalheid ons. Geen bomen; geen struiken; alleen eindeloze vergezichten kaalheid. We zijn in Groningen wel wat gewend, maar na een paar dagen beginnen we te verlangen naar bomen en vooral gemeenschappen met meer mensen. We blijven toch stadsmensen! Terug in Lerwick hebben we in een grote supermarkt geproviandeerd, makkelijk met een auto! Ook wordt het 3e reisverslag in de bieb verzonden. Aan boord gegeten en ’s avonds de auto weer terug gebracht. Woensdag 24 mei. Ondanks dat de kachel op een laag pitje ’s nachts is blijven branden is het, als we ’s morgens opstaan, maar 12 graden. Om kwart voor negen varen we de haven uit. Voorlopig de laatste grote oversteek. De wind is vooralsnog zuid en niet heel sterk. Er staat nog wel aardig wat deining, vooral rond de kapen van het eiland. Gelukkig zijn we er goed op voorbereid, alles staat zeevast, en de zon schijnt erbij! Als we in de loop van de middag Fair Isle voorbij motorzeilen, hebben we de stroom mee. In de loop van de avond kan de motor uit maar de boot klapt nog steeds onrustig op de golven zodat er van slapen niet zo heel veel komt. Zowel op de reis hiernaartoe als nu hebben de zeilen het zwaar te verduren. We zien dat een naad van de fok losgaat. We overwegen of we zelf een noodreparatie doen maar besluiten uiteindelijk om dit (50 vierkante meter) grote zeil mee terug naar Nederland te nemen zodat de zeilmaker er een nieuwe versteviging in kan maken. We hebben dit zeil de komende 2 maanden nog hard nodig! We maken de zeilen kleiner om niet te vroeg bij kaap Wrath te zijn. Dit is het bovenste uiterste NWpuntje van het vaste land van Schotland. Net als in de Pentland Firth kan het ook hier geweldig spoken met wind en stroom (7 mijl) tegen elkaar in en met een klein bootje is het goed zeemanschap deze risico’s te mijden. We ronden de kaap en krijgen de stroom vervolgens mee. Een paar mijl verder zien we een paar grote schepen (7000 ton?) heen en weer kruisen. Ook zij wagen het niet om tegen de stroom in de Pentland Firth in te gaan! We zeilen langs de spectaculaire kust van de Schotse Hooglanden zuidwaards.terug naar boven De westkust van de Schotse Hooglanden Donderdag, 25 mei. De wind neemt weer af dus gaat de motor weer aan om toch nog wat snelheid te houden. Het is nog steeds niet aangenaam vertoeven en we zijn moe. We overwegen om eerder te stoppen maar vinden, gezien de windrichting, geen beschutte plaatsen in de pilot (de almanak) dus varen we naar Loch Ewe, zoals we van plan waren. Beurtelings brengen we de tijd slapend door. Tegen 8 uur ’s avonds lopen we het Loch binnen. Net over de 1000 mijlen staan er deze reis op de teller en, zoals we hoopten, komen er dolfijnen die voor de boeg uit ons naar de ankerplaats begeleiden:
We vinden een ankerboei waar we de nacht doorbrengen.terug naar boven Vrijdag 26 mei. Het is nog maar een klein stukje naar Kyleakin, een kleine plaats op het eiland Skye waar we de boot willen achterlaten. De wind steekt halverwege de tocht op zodat we toch nog een paar uur onaangenaam stampen tegen de wind in. Om zes uur arriveren we in de jachthaven, moe en nat. Maar we zijn er en het lijkt een prima plek om de boot achter te laten. Zaterdag 27 mei gaan we met de bus weer naar het vaste land om uit te zoeken hoe we morgen in Glasgow kunnen komen. Blijkt dat de trein morgen maar 1 keer gaat, en voor ons te laat. Dus gaan we met de Citylink, een busverbinding die ons rechtstreeks naar het vliegveld in Glasgow brengt. De fok wordt zo goed en kwaad als dan kan (onze kachel hapert) gedroogd en opgerold in een grote zeilzak. We mogen elk 20 kilo meenemen in het vliegtuig, dat moet lukken. Zondag 28 mei vertrekt de bus, even voor negenen, en goed twee uur zijn we in Glasgow.terug naar boven Maandag 29 mei vliegen we naar Nederland en vieren de 85ste verjaardag van Aldert’s moeder:Daarnaast worden er nog een hoop andere zaken geregeld waaronder de reparatie van onze fok die door de harde wind tijdens de overtocht van de Shetlands schade heeft opgelopen. Er wordt nog een versteviging voor het stuurgerei gemaakt en een balk over het luik. Een beetje tegen ons principe (“travel light”) vliegen we Vrijdag 2 juni zwaar bepakt en bezakt weer terug naar Glasgow, reizen deze keer met de trein dwars door Schotland en komen ’s avonds weer in Kyleakin waar we onze boot in goede orde weer aantreffen.terug naar boven Zaterdag 3 juni, gebruiken we om weer aan boord te acclamatiseren. Er wordt met de bijboot een uitstap naar de vaste wal gemaakt waar we een supermarkt provianderen. We zien onderweg een otter! De kachel is nu definitief stuk verklaard, een nieuwe missie. Zondag 4 juni varen we naar Mallaig. Dat ziet er bij aankomst wel uit als een vriendelijke plek maar bij nader inzien is het een drukke vissershaven waar geen plaats voor jachten is. Toch frummelt Aldert de boot ergens tussen en de volgende dag, als de vissers rechts van ons weer op zee zijn valt het (afgezien van de herrie) ook wel mee. Er komt een nieuwschierige zeehond vlak bij de boot. Die is kennelijk gewend om resten vis toegegooid te krijgen. Maandag 5 juni. Op de dag dat we de kachel voor reparatie opsturen begint de zomer. Voor het eerst deze reis de korte broeken uit de kast gehaald! We varen naar een ankerplek, Inverie, hier kun je alleen met een boot, of lopend door de bergen komen, er zijn geen wegen naar andere plaatsen. We zitten ’s avonds heerlijk buiten en genieten van de zon. Dinsdag 6 juni. We gaan de bergen in. Niet ontmoedigd door een bordje aan de kant: lopen we met een rugzakje proviand richting de bergen. Dat valt voor ongeoefende wandelaars zoals ons nog niet mee. We pauzeren herhaaldelijk en vooral Anne’s lage bloeddruk zorgt voor vetraging. Aldert heeft een hand GPS meegenomen zodat, mochten we verdwalen, we altijd de weg naar de boot terug kunnen vinden. Wat is het hier prachtig! We vullen onze inmiddels lege koffiethermoskan met helder water uit een beek en zien op afstand een koppel herten. We zijn om 10 uur vertrokken en besluiten na drie en een half uur klimmen dat dit voor ons wel genoeg is. We zitten dan, volgens de GPS op een hoogte van ongeveer 250 meter met een hemelsbrede afstand van 9 kilometer naar de boot. Niet gek voor amateurs. Als we terug aan de kust zijn zien we dat de bijboot nu het vloed is, ogenschijnlijk los drijven. We zijn behoorlijk moe na 6 uur sjouwen! Maar dan ontdekken we dat ons mobieltje kennelijk in de bergen is achtergebleven. We hebben hier geen ontvangst en dachten misschien hoger in de bergen een provider te kunnen oppikken (wat overigens niet is gelukt). Opeens is de moeheid verdwenen, ons mobieltje is de levensader naar thuis, we gaan terug. Berekenen hoe lang we er deze keer over zullen doen en nemen warmere kleren en eten en drinken mee. Hoogstwaarschijnlijk lukt het om voor het donker terug te zijn. Als we, op weg naar de bergen een jeep tegenkomen vragen we een lift, alle beetjes helpen. Tot onze grote vreugde heeft 1 van de inzittenen een 4-wiel aangedreven cross country motor waar hij ons een kwartier later mee inhaalt en ons bijna 4 kilometer verder afzet. We zijn nu over de helft! We lopen energiek de laatste etappe en weten nog exact waar we langsgingen. Het vermoeden bestaat dat de mobiel tijdens de lunch (en weer proberen ontvangst te krijgen) is blijven liggen maar wat schetst onze verbazing als we hem opeens middenop het pad zien liggen. Wat een geluk! Op vleugels lopen we terug. Vermoeidheid is relatief! Terug op de boot merken we wel dat we aardig verbrand zijn maar dat mag de pret niet drukken. We vieren deze dag in het enige restaurantje met een lokaal gevangen zeevruchtenschotel en een fles Chablis.terug naar boven Woensdag, 7 juni. We ervaren de Schotten als erg vriendelijke mensen. Ze zullen niet zo snel uit zichzelf naar je toekomen, als je een vraag zijn ze niet alleen hulpvaardig, maar ook erg genereus. Zo kregen we tijdens het wandelen spontaan een kaartje aangeboden en tijden ons telefoondineetje hoorden we van een prachtige plek op Skye. In de pilot hadden we al gelezen dat dit een plek zou zijn met mooie vergezichten, de details over hoe en waar je moet zijn hebben we nu van eigen waarnemingen. We zeilen terug naar Skye en varen naar de baai. Het is vlagig mistig en de radar doet zijn werk. Tussen 2 mistvlagen door breekt de lucht open en zien we wederom een spectaculair vergezicht. Hoge kegelvormige bergen tekenen zich tegen de lucht af. We komen langzaam dichterbij en gelukkig brandt de zon de laatste vlagen mist weg en gaan we op zoek naar de plek volgens de vriendelijke man uit North Aberdeen. Ann op de voorplecht om rotsen onder water te lokaliseren en heel langzaam varen we een krater in. We ankeren en voelen ons rijke vrije mensen in een prachtige wereld.terug naar boven De hoge bergen van dit eiland waren vulkanisch, lang geleden. Het water is hier maar 6 meter diep en nu de zon er op staat is de temperatuur opgelopen tot bijna 16 graden, dat begint erop te lijken! Het verschijnsel zeehond is inmiddels zo gewoon dat we niet meer filmen. Af en toe zien we er 4 of 6 tegelijk en ze zijn minstens zo nieuwsgierig naar ons. Aan het einde van de middag zeilen we verder zuidwaarts en ankeren voor de nacht in een baai bij het eiland Muck. Donderdag 8 juni gaan we onderweg naar Mull, een groot eiland waar we weer telefoonontvangst hopen te hebben. Hoewel we dachten in de buurt altijd bereikbaar te zijn blijkt dat in dit dunbevolkte berg gebied geen ontvangst voor mobiele telefoons is. terug naar boven Vrijdag 9 juni. We horen dat de kachel in de loop van de middag gerepareerd is. Het binnenwerk wordt totaal vernieuwd, de oude was totaal op. Geen wonder na het intensieve gebruik van de laatste maand en niet te vergeten de laatste vijf jaar. Gisteravond zijn we in Oban aan een ankerboei gaan liggen en hebben uitgezocht hoe we deze keer naar Glasgow (waar ons kacheltje is) reizen. Weer blijkt openbaar vervoer de bottle-neck. Het is niet mogelijk om hiervandaan op 1 dag met bus of trein heen en weer naar Glasgow te gaan nog los van het feit dat de kachel afgehaald moet worden bij een bedrijfje op een industrieterrein. De kortste klap is een auto huren wat uiteindelijk net zo duur blijkt als de reis met openbaar vervoer. Grootste voordeel is natuurlijk dat we niet gebonden zijn aan vertrektijden en rechtstreeks naar het industrieterrein kunnen. Ook met de auto duurt de reis nog bijna 3 uur. We blijven ons verkijken op de afstanden hier. De wegen zijn veel kleiner en gaan weliswaar door alle dorpen maar niet door bergen en zeker niet door fjorden. Maar we komen er en de kachel is klaar. Een beetje bizar nu de zomer echt is begonnen. Ook vandaag is het ruim boven de 20 graden. De kachel wordt nog ingebouwd en getest. Loeit weer als vanouds en wel prettig dat we het nu weer warm en vooral ook droog kunnen stoken met de warme lucht als dat nodig is!terug naar boven Zaterdag 10 juni vertrekken we ’s morgensvroeg uit Oban. De wind is zuidoost kracht 5 en we hebben hem pal van achteren. Twee riffen in het grootzeil en omdat deze alle wind wegvangt, de fok maar even niet. We gaan voorspoedig, een snelheid van af en toe 8 knopen. Plan is om naar Tiree te gaan en daar het weekend te ankeren. Het laatste stukje van de tocht hebben we zoals verwacht, de wind tegen (die inmiddels uitschiet naar Bft 7) dus gaat de motor aan. We ankeren in een baai aan de noordkant van het eiland om in de luwte te blijven. Deze keer is de bodem zand en het ankeren gaat makkelijk. Er ligt nog een visser die kennelijk ook deze harde wind even afwacht. De boot slingert onrustig aan het anker heen en weer maar blijft gedurende de nacht goed op dezelfde plaats. Zondag 11 juni gaan we al vroeg de wal op. Er staat nog steeds een sterke wind en we trekken onze zeilpakken en laarzen aan. Dat is geen luxe want door het buiswater worden we kletsnat. Op het strand doen we de laarzen en pakken in vuilnisakken en laten die achter in de bijboot die we ver het strand optrekken. En voor de zekerheid graven we een klein anker in het zand en maken ons bootje hier met een lang touw aan vast. We gaan op pad en vragen onderweg of men van de oecomenische gemeenschap (waar we in Groningen op geattendeerd waren) heeft gehoord. We komen na een uur lopen aan bij een soort staatsbosbeheercentrum. Natuurlijk gesloten op zondag maar gelukkig was er een natuurbeschermer net even wezen kijken. Hij wist te vertellen dat er twee kerken op dit eiland zijn, de Schotse staatskerk en een evangelische. We verwachten niet dat we bij de Church of Scotland moeten zijn en gaan op weg naar een dorp, 2 mijlen verderop waar het andere kerkje staat. We worden ingehaald door de man die we gevraagd hebben en krijgen een lift. Het is een prachtig zonnige dag maar we moeten pal tegen de harde wind in. Bij het dorp Balemartin (er staan misschien 10 huizen) aangekomen vinden we een klein kerkje. Een briefje op de open deur laat weten dat er 2 uren later een dienst is. We lopen naar binnen en neuzen in de liedboeken die er liggen. Dit lijkt niet op waar we naar op zoek zijn. We hebben geen zin om 2 uren te wachten en los van de huizen is hier geen kroegje of hotel dus op weg naar een volgend dorp. Onderweg krijgen we een lift van een eilandbewoonster op weg naar de ferry en we worden afgezet in Scarinish, wat zo ongeveer de grootste plaats moet zijn. Maar ook hier niet veel meer dan 10 huizen. Gelukkig wel een klein hotel waar we koffie drinken. Inmiddels zijn we al bijna 3 uren op pad en het lijkt erop dat de geloofsgemeenschap waarnaar we op zoek zijn, niet meer bestaat. We hebben het eiland zuidwest doorkruist en zijn nu bijna ten zuiden van de Balephetrish Bay waar ons schip ten anker ligt. Inmiddels hebben we ook de wind in de rug dus dat loopt een stuk makkelijker. Toch nog een hele afstand en we zijn blij dat we na weer een uur lopen een lift krijgen op een leren sofa achterin een grote bus, tot aan het strand waar de bijboot nu (het is eb) hoog en droog op ons ligt te wachten. We varen met de wind in de rug droog terug naar de boot. Het weerbericht meldt nòg een dag zuidoostelijke stromachtige wind dus blijven we nog een dag voor anker in deze baai.terug naar boven Maandag 12 juni wordt er geklust: de lieren aan de mast zijn aan groot onderhoud toe. Zoals de weerberichten al voorspelden waait het hard. ZuidOost 8 en dat betekent zelf in deze baai aan ons anker, slingeren. Af en toe ligt de boot behoorlijk scheef, omdat de harde wind op de mast blaast. In de loop van de middag trekt een wolkenfront over en dan draait de wind naar Zuid en uiteindelijk ZuidWest. Morgen is deze wind hopelijk afgenomen tot kracht 5 en dan vertrekken we. Dinsdag 13 juni. We worden wakker doordat we bijna uit de kooi geslingerd worden. Doordat de wind naar het westen is gedraaid, komt de deining nu de baai binnen en is de beloofde beschutting niet meer helemaal top. Plan was om rond half tien te vertrekken maar met deze ruwe bewegingen is het hier niet meer prettig vertoeven, we vertrekken! We zijn nu waarschijnlijk iets te vroeg bij de Great Race, een stroomversnelling boven Jura, maar dan maar onderweg iets vertragen. Het is te bezeilen en het wordt een mooie tocht. In de loop van de dag zetten we de gennaker bij, de eerste keer deze reis: In de loop van de middag neemt de wind steeds verder af . De deining is nog flink aanwezig en met het grootzeil strak aangetrokken werkt deze als slingerzeil en dempt zo de rollende bewegingen. Zo motoren we langzaam naar één van de beruchtste wateren van Schotland. In een Engels boekje staat deze “narrow street of Corryvreckan”als volgt omschreven: “it is seldom a safe passage for the mariner who will hear from afar the terrific boiling sound of the heaving, sucking waters.” Om half 6 komen we bijna bij het kenteren van het tij bij de passage tussen Jura en Scarba. Een beetje angstaanjagend is het, zo onvoorspelbaar als dit water draait en kolkt. Op de bodem zijn op meerdere plaatsen plotselinge overgangen van 200 naar 100 meter diepte en de nauwe doorgang tussen twee eilanden zorgt voor een heftige stroming. Onder water zijn er dus bergen die het water doen rondtollen en soms recht naar boven doen stromen. Voor ons zien we ineens een borrelend water en de dieptemeter loopt ineens op van 80 naar 40, 24 meter. Het kan niet want het is meer dan 100 meter diep maar toch maar 40 draden bakboord om deze kolk te mijden. Het water wordt weer rustig en de dieptemeter geeft 134 meter aan. Zoals gezegd was het nagenoeg windstil en alleen door de stroming is het water al horendol. Hoe moet dat er wel niet met veel wind uitzien? De zeevaarders die dit in slecht weer met houten schepen hebben gepresteerd, verdienen veel waardering. Onze bromtol voert oms veilig door de passage en met de moderne navigatieapperatuur, zien we op een kleurenscherm ons bootje op een electronische kaart. Positie tot op de 10 meter nauwkeurig. In de passage keert het tij en er zijn veel volgels die zich tegoed doen aan al het lekkers wat spontaan naar boven komt. Het is een en al leven om ons heen. We gaan gladjes door de straat en tegen 7 uur arriveren we bij de ingang van het Crinan Canal. We ankeren voor de ingang van de sluis, morgen is er weer een dag.terug naar boven Woensdag 14 juni varen we om half negen de sluis binnen. We hebben voor dit kanaal een licentie nodig en dat kost 120 pond, wel veel voor een klein stukje varen. Er zijn 14 sluizen die we, op de 2 zeesluizen na, zelf moeten bedienen. Er wordt verteld dat we assistentie kunnen krijgen. Klinkt goed maar als we dan horen dat dit nog eens 45 pond kost zien we er van af. Dat kunnen we zelf verdienen, meehelpen moeten we toch. De eerste sluis is het even uitzoeken hoe alles werkt. Gek genoeg word je er als leek zo op los gelaten. Deuren goed dicht, luiken dicht aan 1 kant, dan andere kant luiken voorzichtig opendraaien. En dat alles met de hand. Het begint al met de zware deuren, daar is heel wat energie voor nodig om die in beweging te krijgen.terug naar boven Vooral het eerste stuk, dat is een kwestie van: je gewicht er tegenaan en geduld hebben. Zodra het water in de sluis op gelijke hoogte is met de andere kant, komt de deur onder je gewicht langzaam in beweging en zodra er eenmaal beweging is, gaat het wel. De luiken draaien gaat ook niet vanzelf.. En dan kolkt het water in of uit de sluis: Je moet er niet aan denken als er iets fout gaat want zoveel water kan heel wat geweld veroorzaken. Na het sluizen aan beide kanten de deuren weer dicht. Behalve natuurlijk als er van de andere kant een boot aan komt. Al met al hebben we heel wat energie verbrand bij het passeren van 9 sluizen op deze dag. Eind van de middag komen we in Lochgilphead waar we op een caravanpark gebruik kunnen maken van de wasserette zodat de opgespaarde was deels in de drogers en deels wapperend op het schip weer droog opgeborgen kan worden. Tja, de gewone dingen zoals wassen en schoonmaken gaan natuurlijk ook gewoon door! Overigens is dit voor ons wel een hele gekke overgang: zo lig je “verwaaid” in een baai aan het strand en zo vaar je in een saai kanaaltje.....terug naar boven Donderdag 15 juni varen we om half negen weer verder en rond de middag varen we de laatste sluis weer uit. Weer op het zoute water. Vrijdag 17 juni liggen we in de jachthaven van Rothesay op het eiland Bute. ’s Morgens in de bieb het 5e reisverslag de lucht in en de krant gelezen. Voor de duur van deze reis hebben we ons abonnement omgezet in een internetabonnement, wel zo handig. Na de lunch vertrekken we naar Troon. Dit ligt vlakbij Prestwick Airport (het tweede vliegveld van Glasgow) waar Aldert’s collega Pim en zijn vrouw Olga morgen invliegen. De jachthaven van Troon is tot dusver de meest luxe tijdens deze reis. Een 5 sterren sanitair gebouw, een trendy restaurant en een uitgebreide watersportartikelenwinkel. Handig, want er ligt altijd wel een boodschappenbriefje klaar en ook leuk om rond te kijken. We lazen in Zeilen een artikel over het splitsen van schoottouw (touw met een kern). Het is heel soepel touw en minstens zo sterk als geslagen of gevlochten touwwerk. Om hier ogen voor rond bolders te maken heb je speciale pennen nodig. En ja hoor, deze winkel heeft ze. En de vriendelijke meneer achter de toonbank biedt aan om het maken van een oog voor te doen want ondanks de handleiding is het nog niet heel eenvoudig. Zo kan Anne het (Aldert heeft hiervoor te weinig geduld) dit weekend zelf proberen en, als het niet helemaal lukt, weer terug naar de vriendelijke meneer. Terug op de boot wordt de eerste lus in een lang touw gemaakt en inderdaad stuit Anne op een probleem. De lus is gemaakt, de kern diep in het touw terug maar dan..... De mantel moet terug over zowel de beide kernen en een stukje mantel. Inmiddels ligt Aldert al op bed als Anne om twaalf uur nog aan de nieuwe landvast in de kuip staat te sjorren. Het is een uitdaging geworden om deze kunst onder de knie te krijgen! Het laatste stukje wil niet vlotten en een beetje advies is welkom. De vriendelijke meneer is blij dat we Zaterdag 18 juni terugkomen, hij was ook erg benieuwd hoe het gegaan was. Er blijkt een beetje meer kennis en een boel meer geweld aan te pas te komen en uiteraard is de eerste poging nooit de beste. De tweede gaat wonderwel en resulteert in een feilloos oog: Als onze gasten aan boord zijn zetten we koers naar Arran, een eiland recht voor de kust van Troon. Het is een eiland dat veel van Schotland in zich heeft gecomprimeerd. Bergen, verlatenheid en een brouwerij. Na ongeveer 2 uur varen gaan we voor anker in Brodick (goede baai) en varen we met de bijboot naar de vaste wal. We zoeken uit hoe we morgen naar de destilleerderij komen met de bus en we vinden een pub waar ’s avonds life muziek is. Terug aan boord wordt de door de gasten meegebrachte champagne feestelijk ontkurkt en bij het aan boord bereidde “Captain’s dinner” is er nog de exclusieve Chateau Cap de Moulin (Grand cru classé) die in 1998 op het Chateau is gebotteld en door Pim in 2006 in Eindhoven is gescoord. Daarna gaan we weer met de bijboot naar de kant waar we een fantastische avond hebben met muziek uit de 60-er jaren. De gitarist speelt de sterren van de hemel en de hele band heeft zichtbaar plezier in het spelen. Zondag 18 juni gaan we met de bus naar Lochranza, een klein plaatsje op de NoordWest punt van het eiland. Het regent en de bus is behoorlijk vol zodat alle ramen beslagen en we met moeite het prachtige landschap onderweg kunnen zien. Bij de destilleerderij aangekomen blijkt de rondleiding net te zijn begonnen en mogen we nog mee. Deze destilleerderij is in 1995 geopend nadat de 50 grotendeels illegale stokerijen op het eiland bijna uitgestorven waren. Fotograferen was verboden maar de rondleiding heeft ons toch weer meer inzicht gegeven in het proces van whisky maken. We hebben, los van de nu 10 jaar oude whisky ook een whisky geproefd die het laatste jaar in een portvat heeft gelegen en daardoor een beetje rood is geworden en een licht portaccent heeft gekregen. Een fles uit dit vat is aan onze groeiende collectie toegevoegd. Terug op de boot zijn we onder zeil vertrokken en de wind trekt aan tot een stevige 7. Weer de nodige riffen gezet en met de zeilen in balans in combinatie met de harde wind, zien we een kort ogenblik een snelheid van 11 knopen op de teller! Met kleine zeiltjes varen we naar Troon. We gaan deze keer aan de wal eten in het trendy restaurant op de jachthaven.terug naar boven Maandag 19 juni, als onze gasten zijn vertrokken zetten we koers naar Mull of Kintyre. De wind is ons niet goed gezind en na 2 uren buffelen er tegenin besluiten we op een gunstiger wind te wachten in Ayr. Maar de steiger die we daar aantreffen lijkt in geen jaren gebruikt te zijn en dichterbij gekomen zien we onze diepte meter op 1m30 staan. Laag water is het nog niet dus is deze plek niet geschikt om aan te leggen. De havendienst reageert niet op onze marifoonoproep dus moet Anne de hoge kade opklauteren om een havenmeester te zoeken. Het valt niet mee om deze tijdens zijn lunchtijd te storen en we krijgen geen toestemming om waar dan ook aan te leggen. Dit is een commerciele haven zonder plaats voor jachten ook al is het weer slecht. We varen knarsetandend door naar Girvan, ongeveer 2 uren verder zuidwaarts. Daar is een vriendelijk jachthaventje waar, ook al vallen we door onze grootte een beetje uit de toon, we een mooie plek vinden. ’s Avonds komt de havenmeester langs met een zeer gedetailleerd weerbericht voor de komende dagen. Er komt een storm aan en morgen kunnen we net voor de storm Islay nog bereiken. Havengeld vond hij maar onzin: “jullie verplaatsen hier alleen maar een beetje water!” . Nou ja, dit is wel weer het andere uiterste! terug naar boven Het laatste stukje Schotland.. Dinsdag 20 juni vertrekken we om half zes ’s morgens: We zijn erg gemotiveerd om de storm vóór te zijn. Het is te bezeilen. Alle luiken en gaten dicht, zeil gereefd zeilen we met windkracht 6 de haven uit. Voor de kust ligt een maf rond eiland: Ailsa Craig
Uiterst recht zie je, naast een vuurtorentje, een gebouw, waarschijnlijk een hotelletje waar je kunt logeren als je de berg wilt beklimmen. Het gaat fantastisch, we hebben de stroom dik mee en halen snelheden van 8 tot 10 knopen. De wind draait naar het westen en als we Mull of Kintyre ronden, hebben we er geen last meer van, dan kunnen we de koers een beetje meer noordelijk houden. De wind wordt hier van vijand weer onze vriend. Mull of Kintyre; het zijn magische woorden uit het liedje van de Beatles. Paul McGartny heeft hier zijn privacy gezocht en heeft een huis laten bouwen op het einde van de klif die alleen met een helicopter bereikbaar was. We zien het huis aan de klif gekleeft uitkijkend op de zee met aan de overkant bij mooi weer Ierland in zicht. We begrijpen nu wat hij bedoelde met die mist rolling in from the Sea................. Er staat inmiddels een flinke stroom rond die kaap en dat is goed te zien. Al om 2 uur zien we het eiland Islay en de baai van Port Ellen. Met moeite want inmiddels waait het windkracht 8 en door de regen wordt het zicht erg slecht. Gelukkig is er ruim plaats in de jachthaven en in no time liggen we vast in een box. Helaas met de achterkant van de boot pal in de wind (en in de regen) wat erg onpraktisch is. Dus rapen we de moed bij elkaar om de boot nog te verhalen. Met vlieg- en kunstwerk en inmiddels hulp van de bemanning van de 3 jachten die er al liggen, Varen we naar een box aan de andere kant van de steiger. Nu kunnen de ramen een beetje open blijven en krijgen we niet meteen de volle laag als we naar buiten willen. 2 Andere jachten volgen ons voorbeeld. Laat nu de storm maar komen. En die komt! Woensdag 21 juni waait het water over de steiger heen. Erop lopen is haast niet meer mogelijk. We zien op de windmeter de wind, die al kracht 8 was, oplopen tot 9, 10 en zelf even een paar keer 11. Gelukkig doorstaan de nieuw splitsen in een landvast en in onze 5 stootwillen deze zware test uitstekend. Het is niet verantwoord om de boot nu te verlaten. Af en toe een inspectierondje om de touwen en de stootwillen te controleren en voor de rest binnen blijven. Het geplande bezoek aan de beroemde Islay whisky stokerijen wordt een dag uitgesteld. Donderdag 22 juni, de storm is gaan liggen. Er zijn 3 stokerijen in de buurt van Port Ellen en nog 4 verspreid over de rest van dit eiland. We gaan eerst met de bus naar Bowmore, de oudste fabriek op dit eiland. In 1980 heeft men hier, alvast voor het jubileum van koningin Elisabeth, zo’n 1000 liter whisky apart gezet. Een slim kado! Op Islay wordt de mout voor de whisky deels gedroogd met turfrook waardoor deze zo apart smaakt. Helaas was dit proces hier niet te zien, wel de vloeren en de vuren. Het vlaggeschip van deze stokerij is een 10 jaar oude wisky, weer toegevoegd aan de collectie. Men gaat hier efficient om met openbaar vervoer: met de postbus zijn we teruggereden naar Port Ellen: waar we de fietsen aan de kant hebben gezet om langs de kust de andere 3 fabrieken te bezoeken. Laphroaig, waar Aldert het beluchten van de kiemende gerstekorrels op de moutvloer een laantje heeft overgenomen Hier mochten we alle processen uitgebreid bekijken en fotograferen en waren de werknemers heel vriendelijk en lieten ons in detail de stadia van het mouten zien en zelfs proeven. Uit de gekiemde en turf gedroogde gerstkorrels wordt in heet water suiker gehaald. Dit suikerwater wordt 2 dagen gegist en dit troebele warter bevat ongeveer 9% alcohol en smaakt naar sterk bier. Hieruit wordt alcohol gedestilleerd.terug naar boven Dit wordt enigzins verdund in houten vaten opgeslagen voor de komende 10, 12 jaar. Laphroaig heeft een slimme marketing afdeling. Je kunt een “square foot” veld kopen om “vriend van Laphroaig” te worden. Dat veldje kun je checken als je de fabriek bezoekt en er een vlaggetje op planten. Je krijgt dan een miniflesje wisky en een certificaat. Op zulke kleine veldjes zijn al Japanners ten huwelijk gevraagd, mini kasteeltjes gebouwd en is as verstrooid. Briljant; als dat geen klantenbinding is! Bij de volgende 2 fabrieken zien we af van een rondleiding. Inmiddels is ons behoorlijk duidelijk hoe we whisky kunnen maken. Met de wind in de rug fietsen we verder langs de kust. De volgende stokerij die we bezoeken heet Lagavulin. Waarschijnlijk waren er rond de fabriek vroeger kleine dorpen, nu werken er niet veel meer dan 15 mensen die niet noodzakelijkerwijs naast de fabriek wonen. Dus hoewel de naam van de whisky’s de plaatsnamen zijn, wonen er geen mensen meer. De laatste fabriek van vandaag is Ardbeg. Deze fabriek is een tijd gesloten geweest en men probeert nu, in navolging van Laphroaig, een soort commitee van vrienden op te richten die ervoor moeten zorgen dat de fabriek open blijft. Wij voelen ons niet speciaal aangesproken maar omdat we hier nu toch zijn voegen we een Ardbeg aan de collectie toe. Inmiddels hebben we een hoop geleerd: het verschil tussen “Blends” en “Malts” en dat een “Single Malt” van één destilleerderij (en niet noodzakelijkerwijs van 1 vat) komt. Jaarlijks verlaat 25.000.000 liter whisky, een kwart van de totale Schotse export, het eiland. Een groot deel hiervan verdwijnt in de “blends” (gemixed van 40% malt whisky en 60% whisky gestookt van graan i.p.v. gerst) omdat de smaak van de Islay whisky het karakter van een Schotse whisky is. De marketing stategie erachter is zeer goed; de eilandbewoners zelf profiteren er maar een heel klein beetje van mee.terug naar boven Vrijdag 23 juni. De wind is inmiddels WestZuidWest, kracht 4. De tijd begint een beetje te dringen. We willen Ierland nog uitgebreid bezoeken! Om half tien motorsailen we de haven uit en laten de Schotse vlag met gemengde gevoelens zakken. Scotland has treated us well; very well................................ Ierland De harde wind van eergisteren is verdwenen. Er staat een ZuidWesten wind, kracht 4. iet ideaal en de deining die er nog staat maakt het ook al niet beter. Aanvankelijk hebben we de stroom mee maar vanaf 2 uur ’s middags varen we 4 knopen in plaats van de 6 die we met wind en motor bij elkaar sprokkelen. De Ierse kust komt in zicht en naarmate de dag vordert zien we zelfs de zon op schaarse plekken de bergen verlichten. Het is rond middernacht als we Tory Isle aanlopen. Nog op de kaart nog in de Pilot vinden we een gedetaillerde beschrijving van een haven. Tegen 1 uur laten we het anker zakken in de kleine baai vlakvoor de haven. Zaterdag 24 juni. De Ierse vlag wordt gehesen en een kleine scheur in de top van het grootzeil wordt gemaakt. We varen naar het haventje en gaan de wal op. Een minuscuul dorp met een handvol huizen waarvan het merendeel in een deplorabele staat. Maar wel een kleine winkel waar we diepgevroren vis en bijna vers brood kopen. Zaterdag 24 juni verlaten we de haven van Tory Island. In het zicht van de haven blijven we weer achter het touw aan een vissers boei steken. Het is ons nog steeds niet duidelijk wat er zoal onder zo’n boei ligt (behalve touw), waarom ze zo klein zijn (zodat je ze in de golven nauwelijks ziet) en waar je ze kunt verwachten (we komen ze bij alle diepte-varianten tegen). Gelukkig lukt het weer om het touw om de roeren vandaan te duwen met een pikhaak zodat ze niet in de schroef komen. We proberen uit te rekenen hoeveel tijd we nog hebben om in Ierland door te brengen. Met een schok realiseren we ons dat we over een maand weer thuis moeten zijn en dat we nog zo’n 1000 zeemijlen voor de boeg hebben. Veel tijd om ergens te blijven is er niet meer. Eigenlijk zijn we een beetje te lang in Schotland blijven hangen! In ieder geval willen we naar Sligo, Ballina en Galway (in het kielzog van de coaster “Necton”) Dingle (vanwege de muziek) en naar Cork (om Douwe, Jean en hun 2 zonen te bezoeken). Omdat Anne geen fan is van nachtelijk doorvaren gaan we deze week grote dag-tochten maken. We gaan voor anker in een kleine baai in het noorden van Donegal Bay.terug naar boven Zondag, 25 juni, varen we naar Sligo. De coaster Necton van Aldert’s vader, waar ons schip naar vernoemd is, is een tijdje verhuurd geweest aan een Ierse Reder. Jan Bos was toen de kapitein en deze heeft ons veel verteld over zijn reizen naar Ierland en zijn inspratie geweest om onze tocht te ondernemen. Zo’n 40 jaar geleden voer Jan Bos naar Sligo om er whisky, tabak en antraciet te brengen. Sligo ligt een eind stroomopwaarts. De hele route is beboeid en bij de ingang van deze route bestaat geen twijfel welke kant van de boei je langs moet varen: Er staat een fikse stroom (5 mijl) en we hebben zowel de wind als de stroom mee, dus dat schiet op! Volgens de pilot is er bij de brug voor het stadje een aanlegplaats. Zover zijn we niet gekomen. Toen we de brug in het oog kregen (waar overigens geen enkele plek was om aan te leggen), liep de boot vast. 1m30 water en dat met half tij. Betekent dat het water nog een heel eind verder zakt en dat dit voor ons geen plek is om te blijven. Snel het zeil laten zakken, de motor aan en standby bij het anker om te voorkomen dat we door de stroom mee naar de brug drijven ook al is dat door de modder... We komen weer los en gaan spoorslags weerom. Hier hebben we niets meer te zoeken. We gaan terug naar de monding van de rivier en maken vast langszij een visser. Men verteld ons dat we hem in een pub kunnen vinden dus gaan we op zoek om uit te vinden of hij er geen bezwaar tegen heeft dat we langszij liggen en hoe laat hij morgenvroeg vertrekt. De pub (Harry’s) blijkt zijn eigendom te zijn, zijn zoon staat achter de bar. Een vriendelijke jongen maar we verstaan niet veel van wat hij ons verteld gelukkig valt het hem niet op en ondertussen tapt hij een lekker biertje. Hij belt met pa Harry en die vindt het prima, morgenvroeg tussen 6 en 7 vaart hij weg. In dezelfde pub zien we hoe het nederlands elftal van Portugal verliest dus feesten zit er niet in, we gaan optijd de kooi in. Maandag 26 juni. Het lijkt een stralende dag te worden. Als we opstaan zien we visser Harry arriveren. De visser wenst ons een goede morgen en geniet zichtbaar van de stralende morgen. Naast zijn geldelijke rijkdom kan hij nog steeds genieten van de gewone dingen; inderdaad een rijk man! Zij gaan op zoek naar wilde zalm, wij vertrekken om half zeven koers zuid. Beetje wind uit het NoordOosten, we zetten de gennaker. Maar in de loop van de dag zwakt de wind zo af dat we de motor maar weer bijzetten. Als we zo langzaam dobberen blijft de wind niet in de zeilen en raakt de stuurautomaat van slag en dat moeten we niet hebben. Tegen drie-en ontvangen we op de marifoon een dringende oproep. Er komt ons een zeiljacht tegemoet en we denken dat hij ons oproept. Er wordt een koerswijziging gedicteerd, waarom snappen we niet. Uiteindelijk blijkt het een visser te zijn (die wij kort daarvoor voorbij zeilden) die niet ons maar juist dat jacht oproept. De visser heeft een net uitstaan tussen zijn schip en een boeitje en het jacht vaart er recht op aan. We hebben tevergeefs geprobeert om het jacht met gebaren uit te leggen wat de visser wil. Maar de bemanning van het jacht heeft de marifoon niet aan, ziet het vissersschip nog niet en reageert op onze gebaren met uitbundig terugzwaaien. Nou ja, dat zal wel fout afgelopen zijn... Even later worden we zelf van onze koers verdreven door een visser die het zekere voor het onzekere neemt en niet van de marifoon gebruik maakt maar er zelf dwars voor gaat liggen om zijn netten te beschermen. In grote haast rollen we de fok weg en zetten de motor aan om een aanvaring te voorkomen. Het loopt allemaal goed af. Na 10 minuten stressen wordt ons duidelijk wat de visser wil, de visser is niet boos en wij vervolgen onze route. Inmiddels wordt duidelijk dat er hier aan de kust niet veel plaatsen zijn om de nacht door te brengen. Eind van de middag ankereren we in Portnafrankagh (Frenchport).terug naar boven
We zien een rode lucht die avond. Morgen wordt het mooi weer! Er wordt een uitgebreide ovenschotel gemaakt en omdat de oven toch heet is, meteen maar een brood gebakken. Dinsdag 27 juni. Inderdaad een strak blauwe lucht. Korte broeken-weer vandaag. Het water is spiegelglad. De atlantische oceaan is vandaag heel vriendelijk voor ons! De wind in de rug en de zon in het gezicht! Te weinig wind om te zeilen, zelfs de gennaker houdt het niet vandaag. Maar wij verplaatsen ons weer verder naar het zuiden en ankeren tegen vijfen in een baai, al bijna halverwege Ierland, bij het eiland Inishbofin. We gaan met de bijboot naar de kant om een winkel te zoeken maar als dat uiteindelijk is gelukt blijkt die net te zijn gesloten. De winkel is gevestigd in een container, zonder ramen, maar we horen nog gerommel dus kloppen we aan. Er is nog iemand binnen en na enig aandringen mogen we snel wat etenswaren bijelkaar zoeken. Brood is er niet meer en verse groenten ook niet. Maar wel melk en diepvriesgroenten. Terug op de boot krijgen we van een passerende visser zomaar een vis aangeboden. Het komt wel weer goed met ons avondeten!terug naar boven Woensdag 28 juni. De wekker weer op half zeven. Inmiddels is de wind naar het zuiden gedraaid dus moeten we er pal tegenin vandaag. Beaufort 5, dat is stampen. De boot weer onderzee-proof en An met een dekbedje op de bank. In de loop van de ochtend varen we opeens midden tussen een grote school kleine dolfijnen. Het lokt niet om buiten te gaan kijken maar vanuit de kajuit is het goed te zien. Tientallen zijn het er en ze komen steeds in groepjes van 4,5 om de boot heen springen. De stemming zit er bij ons meteen weer in. Het afzien waar we ons op ingesteld hadden, valt mee. Inmiddels hebben we zo’n koers dat de wind onze boot met het grootzeil met 2 riffen en een stukje fok ons 7 mijl per uur zuidwaarts blaast. Al rond drie uur komen we bij Inishmore, een eiland in de baai bij Galway. We pikken een ankerboei op en gaan met de bijboot naar de kant. Wel in zeilpakken want er staat nog steeds een stevige wind en door het buiswater worden we kletsnat! We merken dat we een beetje meer in de bewoonde wereld komen. Er is hier zelfs een VVV en een kleine supermarkt. Wel met woekerprijzen, maar toch. Donderdag 29 juni nog maar eens optijd varen. De wind nog steeds ZuidWest, dus weer motorzeilen. Het zicht is niet al te best, de radar staat aan. Er staan hoge golven zodat we de kleine visboeitjes nauwelijks kunnen zien. Op het moment dat we er één langszij hebben en snel uitwijken, blijkt het touw al via de kiel om het roer te zitten.Het vervelendste is dat het kleine oranje boeitje klem zit tussen roer en schip en het kost nog heel wat moeite om het touw vrij te trekken en over het roer te schuiven. Maar het lukt. Het touw is gelukkig niet in de schroef geraakt en we hebben niets beschadigd. Als we ’s avonds ankeren in Brandon Bay (we zijn vlakbij Dinglebay), zien we nog 2 grote dolfijnen. Vrijdag 30 juni zetten we eens geen wekker. We staan pas om half tien op en ontbijten uitgebreid voordat we het laatste stuk naar Dingle varen. Het waait ZW 5-6 en het is weer hevig stampen. Tegen de middag ronden we de kaap en hebben de wind nu schuin van achteren zodat de motor uit kan. “Full flaps” zeilen we de kliffen bij Dingle voorbij. We zien weer een papagaaiduiker zwemmen maar die dook onder water voordat het fototoestel gepakt was. In de Dingle is een echte jachthaven van (bijna) alle gemakken voorzien. We gaan de wal op met 2 grote tassen was, die we naar een wasserij in de stad brengen, kopen kaarten voor een Folk Concert ’s avonds in een kerk gaan uit eten aan de wal. Dingle is zo ongeveer het muziekale centrum van Ierland, begrijpen we, en Eoin Duignan die deze avond fluit speelt maar ook doedelzak, Uillean (=elleboog) Pipes, de Ierse variant van de Schotse doedelzak, is een nationale beroemdheid. De gitarist (Gerry O’Beirne) blijkt de componist te zijn van een voor ons bekend lied van de Ierse zangeres Mary Black maar vooral een virtuoos gitarist. De andere 2 muzikanten, de zangeres Maura O’Connell en de harpist Steve Coulter maakten op ons minder indruk. In de pauze praten we met Eoin en Aldert (die vreselijk opschept over Anne’s muzikale kwaliteiten) krijgt gedaan dat Anne de doedelzak zondagavond, als hij weer speelt, misschien mag proberen. Zaterdag 1 Juli hebben we de havenmeester bijna een hartinfarct bezorgd door aan de overkant van de jachthaven diesel te gaan tanken. We zagen daar een tankwagen een ander jacht bevoorraden en in het weekend is zoiets lastig te regelen. Toen de havenmeester ons niet zag liggen was hij bang het havengeld mis te lopen... Viel dus mee. Deze jachthaven wordt sinds 1983 bewoond door een dolfijn, Fungie genoemd. Inmiddels een toeristenattractie natuurlijk. In plaats van vissen gaan een aantal boten nu dagelijks met toeristen Fungie kijken. We hebben hem inderdaad gezien en zonder dat we het merkten hebben we hem zelfs op de foto gezet:terug naar boven
We gaan Dingle in om het reisverslag te versturen. Dat valt niet mee. Het eerste internetcafé heeft een vreemd intern netwerk. Ook al heb ik het reisverslag op de computer gezet, hij wil het niet als attachement meenemen. Dat schiet niet op. Gelukkig is er een tweede plek waar we er uiteindelijk wel in slagen het verslag te versturen. Het plan om alvast een deel van de reis op onze homepage te krijgen mislukt, ook hier weigert het systeem te uploaden. We halen de was weer op, niet helemaal schoon, toch fris! En gaan boodschappen halen. ’s Avonds storten we ons in het beroemde nachtleven van Dingle. In elke kroeg is hier life muziek. We gaan naar An Droicead Beag, dat betekent zoiets als “The Small Bridge”, die ons ons van meerdere kanten aangeraden. Tot bijna tien uur zit het publiek nog gekluisterd aan de buis om de WK (Frankrijk-Brazilië) te volgen maar dan barst de muziek los. Viool/gitaar, deze keer. Ook leuk. De kroeg erna een hele band waar het voltallige publiek meezong. Op de weg terug nog een tijdje staan luisteren bij twee gitaristen/vocalisten die buiten een kroeg aan het spelen waren en ook hier werd uit volle borst meegezongen. We zijn onder de indruk van de muziek cultuur van Ierland.terug naar boven Zondag 2 juli. ’s Morgens naar de St. James Church om ook eens een Ierse kerkdienst mee te maken. Daarna nog eens een poging gedaan om te internetten. Nu kwamen we niet eens verder dan een poging tot inloggen. Dat lukte na een aantal minuten maar het openen van de mail was teveel gevraagd. Een vreemd systeem hier... ’s Middags op bezoek in het futuristische “Aquarium” waar we in een soort glazen tunnel dwars tussen de vissen door lopen. ’s Avonds naar het Dingle Hotel waar Eoin (waarschijnlijk op contract basis) vanavond speelt. We zitten vlak naast hem en hebben de Ierse variant van de doedelzak uitvoerig kunnen bestuderen.
Je kunt aan Anne’s gezicht zien dat ze er niet van overtuigd is geraakt dat dit haar “ding” is, er gaat toch niets boven een echte Schotse doedelzak! Aan het eind van de avond worden we nog geadopteerd door een stel Amerikanen, hier in grote getale aanwezig om hun “roots” te zoeken. Er worden adressen uitgewisseld, toekomstige bezoeken in het vooruitzicht gesteld en pas na het ernstig beloven kontakt te houden nemen we afscheid. Kortom een enerverende avond. Maandag 3 Juli valt het dan ook niet mee om, als om zeven uur de wekker gaat, enthousiast aan deze dag te beginnen. Maar het lukt en om kwart voor acht varen we de haven uit. De eerste uren ondanks geringe wind kunnen zeilen. We passeren weer een gebied waar veel papagaaiduikers fourageren. Het blijft een prachtig gezicht om deze vogels bezig te zien. Ook zien we Jan van Genten met slierten zeewier in de weer.terug naar boven Dinsdag 4 Juli verlaten we tegen 9 uur de Horseshoebay, vlak bij Baltimore. Het is nog ongeveer een dag varen naar Cork en vandaag maken we een stop in Kinsale. Tot 1 uur kunnnen we zeilen, daarna valt de wind weg en varen we in de mist. We zien op de radar zware regenbuien maar die trekken over het land aan ons voorbij. Om 3 uur meren we af in de jachthaven van Kinsale. Hier heeft het vanmorgen zo erg geregend dat er winkels gesloten zijn vanwege wateroverlast! Woensdag 5 juli varen we in de loop van de middag de haven van Cork, Crossheaven, binnen. We worden welkom geheten door een dolfijn: Dat is toch elke keer een reden om snel de camera te pakken met het risico dat de dolfijn dan al weer een eindje verderop is! We meren af in de jachthaven naast de Royal Cork Yacht Club (naar het schijn de oudste jachtclub van de wereld) waar we vijf jaar geleden zo ongeveer onze grote reis begonnen. Nu is het ongeveer de laatste stop van de reis. De komende twee dagen logeren we bij een oud-collega van Anne. De was gaat mee want in Dingle zijn alleen de lakens en handdoeken uitbesteed. Donderdag 6 Juli is een winkeldag in Cork. In een grote supermarkt wordt voor de laatste keer deze reis uitvoerig geproviandeerd. Ook kunnen we op de universiteit gebruik maken van het snelle (inter)netwerk zodat de bestanden voor de homepage en het 7e reisverslag zonder problemen de ether in gaan. Vrijdag 7 Juli zijn we weer terug op de boot. De ingekochte spullen worden verstouwd en de weerberichten beluisterd. Er wordt gewaarschuwd voor zware storm, morgen, dus ons vertrek wordt een dag uitgesteld. Er zijn altijd genoeg klussen te doen aan boord dus vervelen doen we ons nooit.terug naar boven Zaterdag 8 Juli wordt nieuw vet in de pot bij de schroefas gedaan, de motor wordt nagekeken, er wordt vers drinkwater getanked en de boot wordt schoongemaakt. Van de harde wind (ZW 8!) merken we in de haven niet veel, we liggen kennelijk erg beschut, maar we horen van anderen die van zee komen, dat het er verschrikkelijk tekeer gaat. Wel regent het de hele dag maar dat is niet erg. Terug naar huis Zondag 9 juli waait het ZW 5-6 als we de haven uitvaren. De wind is niet het ergste, de deining die er na de sorm nog steeds staat is een stuk lastiger. De gehele bemanning voelt zich belabbert. We nestelen ons op de bank, met uitzicht op de radar en op de zeilen. Tot onze grote schrik is de fok gaan scheuren op de plek waar er net een stuk nieuw doek is ingezet. Op dit moment kunnen we het alleen maar met lede ogen aanzien. Er is geen sprake van aan dek repareren met deze zeegang. Aldert hijst zich in zijn zeilpak en draait de fok weg. In plaats ervan wordt de kotterstagfok gehesen. Tot ons genoegen houden we een snelheid van af en toe 8 knopen en daar wordt de stemming een stuk beter van. Er wordt zelfs een eenvoudige ovenschotel bereid en gegeten. Maandag 10 juli draait de wind een beetje verder naar het westen en neemt in kracht af. Rond 08u00 zijn we bij Land’s End en laten we de Ierse Zee achter ons. So far so good! Er komt wel een dikke mist opzetten en we stellen de reparatie van de fok uit tot de middag als de mist enigzins optrekt. Aanvankelijk probeert Anne op het dek het zeil te naaien maar het risico van overboord rollen van schaar, naalden en tang blijkt te groot, we slepen de fok goeddeels naar binnen. Het gaat al met al 3 uren duren voordat de reparatie klaar is. De fok is weer te gebruiken! Dinsdag 11 juli is de wind WNW kracht 4, net genoeg om te zeilen. Om 08u00 passeren we Weymouth, het zicht is nu uitstekend, de zon schijnt zelfs af en toe! Inmiddels hebben we wel een beetje slaapgebrek en nu het allemaal zo voorspoedig gaat besluiten we een nachtje te stoppen. We gaan ten anker bij het eiland Wight, in de Sandownbay. Inmiddels hebben we sinds Cork 310 zeemijlen gevaren met een gemiddelde snelheid van 6.3 mijl(knoop)per uur. Aan de wal eten zit er niet in dus organiseren we diner voor twee, aan boord. Helaas is de laatste fles uitstekende Spaanse wijn die we uit Groningen meebrachten inmiddels zuur door al het gehutsefluts.terug naar boven Woensdag 12 juli staat de wekker op 6 uur, om half zeven varen we weg van Wight. Klein stukje zeil op tegen het slingeren, fok uitgerold en motor aan. We hebben de stroom mee en varen 8 knopen/uur. De zon schijnt volop en er staat amper deining. Een uitstekende dag voor klussen. Er wordt gepoetst en gepolijst totdat de davids (waar de bijboot aan hangt) en het koperwerk binnen volop glanzen. Een andere klus is een balkje aanbrengen op de nieuwe houten garage van ons luik. Die zakt een beetje door waardoor het luik niet soepel open en dicht schuift. De balk is een beetje hol en door deze aan het hout vast te schroeven trek je het houtwerk mee. Dat is prima gelukt, op één schroef na, die dwars door balk en garage in het luik terecht was gekomen en met een geïmproviseerde zaag (een losse zaag aan een zeillat geplakt met ducktape) doorgezaagd is zodat uiteindelijk het luik nu soepel open en dicht schuift! Door al ons geklus hebben we bijna een aanvaring met een andere zeilboot gehad en hebben we delen van de opmerkelijke kust maar nauwelijks gezien... Het blijft een prachtige zonnige dag. Aan het eind van de middag krijgen we de stroom tegen zodat we later dan verwacht, om 10 uur de haven van Dover binnenlopen. We meren af in Granville Dock en gaan deze keer slapen zonder wekker maar wel met een beetje zonnebrand.. Donderdag 13 juli. Eerst maar eens lekker uitgeslapen en dan Dover verkennen. Het is de eerste keer dat we hier zijn. Historisch een interessante plek gezien de rol die het speelde tijdens het maken van de plannen voor de invasie van Normandië aan het eind van de 2e wereldoorlog. Er is een kasteel met ondergrondse gangen met hospitaal accomodatie en de grote kaartentafels waar Churchill zich liet informeren over de stand van zaken. Langs de kust staat nog een serie bunkers. Dover zelf ziet er niet erg welvarend uit. De winkels en het publiek getuigen van lage inkomens. ’s Avonds gaan we uit eten in een restaurant dat Seaview heet maar waar je de zee niet kunt zien. Het is ons aangeraden door de havenmeester met kanttekening dat het niet goedkoop was. We hebben inclusief een fles wijn niet meer dan 50 euro uitgegeven. Het plan was om morgen verder te gaan maar er wordt gewaarschuwd voor NoordOost 8 dus blijven we nog een dagje in Dover hangen.terug naar boven Vrijdag 14 juli klimmen we de kliffen op om zo over de havens uit te kunnen kijken. Ook kunnen we nu de restanten van de bunkers zien: Strategisch gezien een belangrijke plek zo aan de zuid-oost kant van Engeland. Inmiddels is de zomer voor ons begonnen en is het nu definitief korte-broeken-weer geworden. Een groot verschil met een maand geleden! We vinden een supermarkt waar we kunnen provianderen voor de komende oversteek. Ook gaan we alvast diesel tanken, we zullen de motor nog veel nodig hebben. De wind blijft uit het noord oosten waaien maar gelukkig iets minder hard.terug naar boven Zaterdag 15 juli vertrekken we rond de middag. Het dok waarin we liggen is gesloten bij half tij. Dat wil zeggen dat je er niet in of uit kunt als het water beneden de twee en halve meter is (drie uur voor en drie uur na laag water). Om half één gaat de deur open. Er staat veel meer deining dan we verwachten. In de haven hijsen we het grootzeil en meteen worden we verrast door een zoute douche: Door het mooie weer is het binnenin de boot bijna dertig graden nu alles dicht is dus proberen we zo lang mogelijk buiten te blijven. Maar als je eenmaal doornat bent van het buiswater (en zout droogt eigenlijk niet) is het binnen beter, nou ja, beter...We gaan erg scheef en dan is het lastig om in de boot te bewegen. De overtocht gaat voorspoedig. Dit is natuurlijk het drukste punt in het Kanaal. We halen nog een zeiljacht in, onze boot doet het erg goed hoog aan de wind. We hoeven maar twee keer uit te wijken voor passerende schepen, de overige keren kunnen we er net voor of er net achter langs. Met deze wind gaan we niet, zoals we eerst van plan waren, rechtstreeks naar IJmuiden. We zetten koers naar Dunkerque in Frankrijk. Daar komen we om 7 uur ’s avonds aan in een tjokvolle jachthaven. We mogen aan een “tussen 8 en 20 uur verboden aan te leggen” steiger en realiseren ons later dat er een uur tijdverschil is tussen Engeland en Frankrijk.terug naar boven Zondag 16 juli vertrekken we om 6 uur. Dit wordt een lange dag. Het is nog bijn 150 mijl naar IJmuiden. De wind is nog steeds NoordOost dus dat wordt de hele dag motor. De zon komt prachtig op als we de haven uitvaren: We hijsen het grootzeil tegen het slingeren maar gelukkig is de deining inmiddels al een stuk minder. Enigzins jaloers varen we in de loop van de dag dwars door grote vloot jachten met gennaker die vanuit Nederland met een prachtige wind zuidwaarts varen. De eerste 6 uur hebben we de stroom mee. Dat scheelt bijna 2 mijl per uur. Die moeten we dus de tweede 6 uur weer inleveren, zo gaat dat nu eenmaal. Maar de troostprijs is de laatste etappe als we de stroom weer mee hebben. We hadden nog achter de hand om eventueel in Scheveningen te stoppen maar het gaat uit de kunst, we varen door. De Nieuwe Waterweg bij Rotterdam kunnen we zonder vertraging passeren. De zon gaat schitterend onder: Om twaalf uur lopen we de haven van IJmuiden binnen die, nu alle boten zuidwaarts zijn, bijna leeg is. Maandag 17 juli brengen we op het strand door waar we te gast zijn bij Aldert’s zus Tineke die met haar man Hans op hun kleinkinderen passen. Heerlijk luieren in de zon en als het te warm wordt het water in dat inmiddels 22 graden is! ’s Middags komt zus Jurrien nog langs en de dag wordt besloten met een BBQ. We houden het vuur aan totdat Hans en kleinzoon Evian van het vissen terugkomen maar helaas hebben ze niets gevangen... Dinsdag 18 juli varen we naar Amsterdam. Er is nu sprake van een hittegolf en eigenlijk is een grote stad geen goed idee... We meren af in de Sixhaven, tegenover het Centraal Station en gaan op de fiets de stad in. Eerst naar een bouwmarkt om nieuwe koppelingen te kopen voor onze waterleiding die steeds een beetje lekt bij de aansluiting naar de waterpomp. Aldert heeft het hele systeem gedemonteerd om er zeker van te zijn dat we de goede maat kopen. Daarna fietsen we naar onze zoon Jurjen, die aan de ZuiderIJdijk woont. Door een gebrekkige plattegrond en uiterst inconsequente fietsroute bordjes van de ANWB zijn we uren onderweg. Het water dat we bij ons hadden is inmiddels op en we maken een stop bij een cafetaria. Daar is Anne bijna vermoord door een slushpuppy. Het grote verschil in temperatuur is een aanslag op de lage bloeddruk...terug naar boven Woensdag 19 juli, de vierdaagse is afgelast maar Aldert gaat, badend in het zweet, onder in de boot de waterleiding opnieuw aansluiten en Anne gaat te voet op zoek naar een supermarkt. Tegen de middag zijn beide missies met succes afgerond en nu legt Aldert bijna het loodje. Bad timing deze klus in combinatie met de hitte. En ook in de jachthaven is de waterdruk inmiddels verdwenen. Een ongewone situatie. We zijn er zo aan gewend om, als je de kraan opendraait, water te krijgen...Als we weg willen is de waterdruk in de jachthaven weer terug en kunnen we onze drinkwatertank bijvullen. Met deze hitte is het heerlijk om je af en toe even af te kunnen spoelen. Om half twee varen we de Oranjesluizen in. Het is een drukte van jewelste. Tussen de zeiljachten krioelt het van de roeibootjes en rubberbootjes waarmee men nu het in de stad zo heet is de verkoeling van het IJselmeer opzoekt. Wij zien er ook naar uit om de stad achter ons te laten en zodra het kan, in het water te springen! Op het IJselmeer lijken de boten opgelost. Het water is groot genoeg. De wind nog steeds NoordOost en we proberen aan het idee te wennen om via Friesland terug te varen. Dat lukt niet erg dus gaan we er eerst maar eens een nachtje op slapen. We ankeren bij Lelystad, morgen zien we wel weer.terug naar boven Donderdag 20 Juli worden we om zes uur gewekt door irritante vliegen. Het is nog lekker koel (24 graden). We staan op en zetten de marifoon aan. We horen een verzoek om hulp van een jacht ergens op het Ijselmeer dat met zijn ankerketting over een andere ankerketting ligt en (bij windkracht nul) enigzins in paniek is. Toch een hele andere wereld hier....Om 7 uur varen we de lege Houtribsluis binnen. Aan de kant ligt de Batavia en zo te zien bouwen ze er nog een exemplaar van. De tocht naar Kornwerderzand gaat voorspoedig. We kunnen zeilen met halve wind. Er zijn wat onweersbuien maar die zien we op grote afstand voorbij trekken. We komen nog een schip uit Groningen tegen wat inmiddels omgebouwd is tot een charterschip: De voormalige coaster De Zeemeeuw heeft inmiddels (weer) een boegspriet en twee masten. Het ziet er prachtig uit. Rond twee uur zijn we al door de sluis, op het wad maar er is nog niet genoeg water om de plaat tussen Vlieland en Terschelling over te kunnen dus gooien we het anker uit en doen nog een middagslaapje. Om half vier hijsen we het anker en gaan beginnen aan de allerlaatste etappe van onze reis. Goed zeven uur zijn we op Stortemelk en zien op een prik (op de wadden gebruiken ze berkboompjes als boei) eenstel aalscholvers We gaan het zeegat uit, de waddeneilanden voorbij en om half zeven in de vroege morgen van Vrijdag 21 Juli passeren we Borkum: Als je goed kijkt zie je de contouren van het eiland in het licht van de opkomende zon. Als we in Delfzijl zijn is het ongeveer 10 uur en omdat we nog een hele dag te gaan hebben lijkt het ons handig om nog even een dutje te doen voordat we naar Groningen varen. Tijdens het tochtje over het Eemskanaal hijsen we de vlaggen van de landen waar we hebben gevaren:
En pakken we de dingen die we mee naar huis willen nemen alvast in. Tegen vier uur zijn we bij de Oosterhaven: We zijn weer thuis! Een geweldige ervaring, deze reis. Veel gezien en geleerd, geen ongelukken of anderzins vervelende dingen meegemaakt, al met al kunnen we met heel veel voldoening op deze maanden terugkijken! En natuurlijk is de whiskyverzameling die we deze reis hebben aangelegd in ieder geval de komende jaren een blijvende herinnering!terug naar boven
|
|
|